e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
sneeuwbui sneeuwbijs: snij biz (Opglabbeek), sneeuwbies (v.)  snīəbis (Opglabbeek) sneeuwbui, sneeuwvlaag [sneeuwvlei] [N 22 (1963)] III-4-4
sneeuwen sneeuwen: sniən (Opglabbeek, ... ), snījən (Opglabbeek, ... ) sneeuwen [ZND 04 (1924)], [ZND 07 (1924)] III-4-4
sneeuwx sneeuw: snīə (Opglabbeek, ... ), snîê (Opglabbeek), sneeuw (m.)  snīə (Opglabbeek) sneeuw [RND], [ZND 04 (1924)], [ZND 07 (1924)] || sneeuw [schimmel] [N 22 (1963)] III-4-4
sneltrein sneltrein: ejnə sneͅltrejn (Opglabbeek) Sneltrein. [ZND 35 (1941)] III-3-1
sneuvelen omkomen: Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  ŏĕmkūūmə (Opglabbeek) in de oorlog omkomen [sneven, sneuvelen] [N 90 (1982)] III-3-1
snijbonen wollewantjes: wollewantsjes (Opglabbeek) pronkbonen I-7
snijtand snijtand: snītaŋ (Opglabbeek) snijtanden [ZND 07 (1924)] III-1-1
snijwonde snee: snee (Opglabbeek) Snijwond: door snijden veroorzaakte wond (snee, krab, krets, vats, sleuf, kreeuw, vil, slip). [N 107 (2001)] III-1-2
snikken snoffen: snofə (Opglabbeek) snikken [snoffe] [N 10 (1961)] III-1-4
snoep spek: spek (Opglabbeek) enigszins sponsachtig en op doorregen spek gelijkend snoepgoed III-2-3