| 17752 |
sik |
sik:
sek (L416p Opglabbeek)
|
Geitenbaard. [N 77, 87; S 32; monogr.]
I-12
|
| 28694 |
sikkel |
sekel:
sēkǝl (L416p Opglabbeek),
zekel:
zēkǝl (L416p Opglabbeek)
|
Werktuig in de vorm van een halve cirkel met een korte steel dat gebruikt wordt om gras en soms ook wel graan te maaien. In Noord Ned. Limburg is herhaaldelijk opgemerkt: "zelden in handen van boeren ... het is een typisch vrouwengereedschap" (L 270). [N 11, 88; N 18, 79; JG 1a, 1b, 2c; A 4, 28 en 28a; A 14, 7 en 11; A 23, 16.2; L 20, 28; L 42, 46; L 45, 11; Lu 1, 16.2; NE 2, 1; Wi 51; monogr.; add. uit N Q, 11c]
I-5
|
| 20791 |
sinaasappel |
appelsien:
apəlsīn (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek)
|
sinaasappel [ZND 40 (1942)]
III-2-3
|
| 33981 |
singel |
singel:
seŋǝl (L416p Opglabbeek)
|
Riem die het zadel op zijn plaats houdt. Hij is aan de zijkanten van het zadel vastgehecht en wordt onder de buik van het paard door middel van een gesp gesloten. [JG 1a, 1b; N 13, 72; monogr.]
I-10
|
| 33993 |
singel voor de paardedeken |
singel:
seŋǝl (L416p Opglabbeek)
|
Riem rond de buik van het paard die dient om de paardedeken op zijn plaats te houden. [N 13, 92]
I-10
|
| 23847 |
sint-hubertusbrood |
gewijd brood:
gewied bruut (L416p Opglabbeek)
|
Het brood dat op St. Hubertusdag gezegend en uitgereikt werd als afweer tegen hondsdolheid [Sint Hubertusbroeëd]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23429 |
sint-jozefaltaar |
zijaltaar:
ziealtaar (L416p Opglabbeek)
|
Het (zij)altaar dat is toegewijd aan de H. Jozef en waarop of waarboven zijn beeltenis zich bevindt [St.Jozef-altaar]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23400 |
sint-jozefbeeld |
heilige jozef:
hijlige juuzef (L416p Opglabbeek),
sint-jozef:
sint juuzef (L416p Opglabbeek)
|
Een beeld van de H. Jozef. [N 96A (1989)] || Een beeld van St. Jozef. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23809 |
sint-marcusprocessie |
marcusprocessie (<lat.):
marcusprecèssie (L416p Opglabbeek)
|
De bidprocessie die op die dag wordt gehouden, St. Marcusprocessie. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23286 |
sint-pieter te rome |
sint-pieter:
sent pīetər (L416p Opglabbeek),
sent pītər (L416p Opglabbeek)
|
Sint-Pieter. [ZND 40 (1942)]
III-3-3
|