| 29934 |
schort, voorschoot |
matzak:
mat˲zak (L416p Opglabbeek),
metserscholk:
mɛtsǝršolǝk (L416p Opglabbeek)
|
[N 30, 5a; monogr.]
II-9
|
| 25069 |
schortvol |
schootvol:
sjūūtvòl (L416p Opglabbeek)
|
de hoeveelheid die men in één keer in zijn schort kan vervoeren [schoot, schortvol, slip] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 19506 |
schotel |
schotel:
šūətəl (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek),
bord voor vlees
šytəl (L416p Opglabbeek),
vr.
šy(3)̄ətəl (L416p Opglabbeek),
teil:
tɛ‧il (L416p Opglabbeek),
v.; (aarden) ~
tɛ̄i̯l (L416p Opglabbeek)
|
een ronde schotel [ZND 06 (1924)] || schotel [ZND m] || schotel; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] || teil, in de betekenis van aarden pan of diepe schotel; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 19508 |
schoteltje |
jatte-tje:
sjetjə (L416p Opglabbeek),
klein telloortje:
klɛin təlērkə (L416p Opglabbeek),
koffieschoteltje:
koͅfišitəlkə (L416p Opglabbeek),
ondertasje:
Tri-jneke, zöt dich ins de zjatte en de ònderteskes op toafel
ònderteske (L416p Opglabbeek),
schoteltje:
sjietəlkə (L416p Opglabbeek),
sjiêtelke (L416p Opglabbeek),
šīətəlkə (L416p Opglabbeek),
telloor:
telēr (L416p Opglabbeek),
telloortje:
telērkə (L416p Opglabbeek)
|
een ronde schotel [ZND 06 (1924)] || schoteltje [ZND 45 (1946)] || schoteltje onder een drinkkop || schoteltje, klein bordje of ~, gebruikt onder een kopje waaruit men drinkt [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 17637 |
schouder |
schouder:
metə šøͅwərs trēkə (L416p Opglabbeek)
|
schouders ophalen [schokschoere] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 17638 |
schouderblad |
schocht:
sjŏĕgt (L416p Opglabbeek),
schouderblad:
schuiwerblaat (L416p Opglabbeek)
|
Schouderblad: een der beide, driehoekige platte beenderen op de bovenrug die de schouders helpen vormen (schouderblad, schoft). [N 84 (1981)] || Schouderblad: een der beide, driehoekige platte beenderen op de bovenrug die de schouders helpen vormen (schouderblad, schoft. schug). [N 106 (2001)]
III-1-1
|
| 28917 |
schouderkussen |
kragenkussen:
kragenkussen (L416p Opglabbeek),
schouderskussen:
schouderskussen (L416p Opglabbeek)
|
Klein glanskussen waarmee men de schouders kan persen. [N 59, 26b; N 59, 19b; N 59, 19e]
II-7
|
| 18556 |
schoudermantel met capuchon |
kapmantel:
kapmantel (L416p Opglabbeek)
|
schoudermantel met capuchon [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18679 |
schoudermanteltje |
pelerine (<fr.):
pələrīn (L416p Opglabbeek)
|
schoudermanteltje [pelderien, pellerien] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 29083 |
schoudernaad |
schoudernaad:
schoudernaad (L416p Opglabbeek)
|
Naad van een kledingstuk die op de schouder valt, van de kraag tot de mouw van een jas, een japon enz. [N 59, 98]
II-7
|