e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
rozenkransmaand rozenkransmaand: ruuzekransmoond (Opglabbeek), ruuzenkransmaont (Opglabbeek) De Rozenkransmaand (d.w.z. oktober). [N 96B (1989)] III-3-3
rozijn rozijn: WBD/WLD  rəzīēn (Opglabbeek) Een gedroogde druif (rozijn, serzijn). [N 82 (1981)] III-2-3
rug rug: reg (Opglabbeek, ... ), reikg (Opglabbeek), rejg (Opglabbeek), ręq (Opglabbeek), rugstrang: rękstrā.ŋk (Opglabbeek) de rug [ZND 29 (1938)] || rug [ZND m] || Zie afbeelding 2.29. [JG 1a, 1b; N 8, 12] I-9, III-1-1
rug van het blad van de zeis rug: ręk (Opglabbeek) De opstaande stevige rand aan de buitenzijde van het blad van de zeis. Zie afbeelding 5, nummer 5. [N 18, 68e; JG 1a, 1b] I-3
rug van het lemmer botte kant: bòtte kànt (Opglabbeek), bòttə kànt (Opglabbeek), rug: réG (Opglabbeek) De niet-scherpe zijde van een mes (rug, botte kant) [N 79 (1979)] III-2-1
rug, aangeaard stuk rug: ręx (Opglabbeek) De verhoogde rug of wal die ontstaat bij het aanaarden van de aardappelen. Bij holvoor(de) heeft betekenisoverdracht plaatsgevonden; het is eigenlijk de open voor naast de rug. [N 12, 27; monogr.] I-5
rugband band: band (Opglabbeek) De band achter in de (driedelige) rug van een colbert. Vergelijk de lemmata ɛplatstukɛ en ɛjukstukɛ.' [N 59, 92] II-7
ruggengraat ruggengraat: regəgrōͅt (Opglabbeek), ruggenstrang: regəstraŋk (Opglabbeek) rug: ruggegraat [ruggestrang, ruggegraat] [N 10 (1961)] III-1-1
ruggenwervel wervel: wøͅrvəl (Opglabbeek) [N 10 (1961)] III-1-1
rugnet vliegenkleed: [vliegenkleed] (Opglabbeek) Vliegennet dat over de rug van het paard wordt gehangen. Een groot aantal opgaven zijn benamingen voor het vliegennet in het algemeen. Zie voor de fonetische documentatie het lemma Vliegennet [JG 1a; N 13, 83c] I-10