e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
rouw dragen rouw dragen: ruiwdragə (Opglabbeek) Rouw dragen. [N 96D (1989)] III-3-3
rouwbrief doodsbrief: dūūdsbrēēf (Opglabbeek) De rouwbrief. [N 96D (1989)] III-3-3
rouwkrans krans: krans (Opglabbeek) De krans die op de kist wordt gelegd [krants]. [N 96D (1989)] III-3-3
rouwsluier voile: voillə (Opglabbeek) een rouwsluier, voile, falie [N 96D (1989)] III-2-2
rouwsluier aan een hoed rouwband: røuwbaont (Opglabbeek) rouwsluier(s) aan een hoed [N 25 (1964)] III-2-2
roven roven: roven (Opglabbeek) Het nemen van honing door bijen bij andere volken. Bepaalde bijen zijn roofziek van aard en zij proberen honing te bemachtigen overal waar ze die kunnen aantreffen. De aangevallenen proberen de woning wel te verdedigen maar lang niet altijd lukt dat. Overwinnen de rovers, dan wordt heel de korf of kast leeggedragen. Roven kan leiden tot veldslagen tussen bijenvolken, waarbij niet veel bijen overleven. [N 63, 67a; N 63, 67b; Ge 37, 95] II-6
royaal royaal (<fr.): ze leven royaal = onbekrompen  rojāl (Opglabbeek) Royaal: uitspraak en betekenis (mild, onbekrompen, volop, enz.). [ZND 41 (1943)] III-3-1
rozenhoedje noster: noster (Opglabbeek), rozenkrans: ruuzekrans (Opglabbeek) Een Rozenhoedje (waarbij men 1 maal het bidsnoer langs gaat). [N 96B (1989)] III-3-3
rozenkrans noster: noster (Opglabbeek, ... ), paternoster: pater noster (Opglabbeek) De rozenkrans, het bidsnoer [bid-vr-ons?]. [N 96B (1989)] III-3-3
rozenkransgebed ganse noster: ganse noster (Opglabbeek), hele noster: hiele noster (Opglabbeek) Het Rozenkransgebed (hierbij gaat men 3 maal het bidsnoer langs) . [N 96B (1989)] III-3-3