| 19976 |
roepnaam van de hond |
zoek:
sòk (L416p Opglabbeek)
|
lokroep ve hond
III-2-1
|
| 34531 |
roepwoord om de klokhen te lokken |
broek, broek:
brūk, brūk (L416p Opglabbeek),
klok, klok, klok:
klok, klok, klok (L416p Opglabbeek)
|
[N 19, 44c; A 6, 2c]
I-12
|
| 34460 |
roepwoord voor de geit |
lemmen, lemmen:
lęmǝ, lęmǝ (L416p Opglabbeek),
met, met:
męt, męt (L416p Opglabbeek)
|
[N 19, 74e; VC 14, 2l r; L B2, 259e -263-; monogr.; N C, Q 111 add.]
I-12
|
| 34461 |
roepwoord voor de jonge geit |
lemmen, lemmen:
lęmǝ, lęmǝ (L416p Opglabbeek),
mettetje:
mętǝkǝ (L416p Opglabbeek)
|
[N 19, 74f; VC 14, 2m -r-]
I-12
|
| 28568 |
roer |
schijt:
schijt (L416p Opglabbeek)
|
Dysentrie of diarree. Wanneer de bijen te lang moeten overwinteren door koud weer, kan het zijn dat de reinigingsvlucht niet plaatsvindt. De afvalstoffen hopen zich op in de endeldarm. De bijen zien zich genoodzaakt zich te ontlasten in de woning met als mogelijk gevolg buikloop. Tegenwoordig wint de mening terrein dat roer geen aparte ziekte is, maar een begeleidend verschijnsel van de ziekte nosema (De Roever, pag. 439). [N 63, 71a; Ge 37, 204]
II-6
|
| 20819 |
roeren |
roeren:
rērə (L416p Opglabbeek)
|
In de soep roeren. [ZND 41 (1943)]
III-2-3
|
| 20610 |
roerom |
boekweitse koek:
boekweitkoek
bóggese kook (L416p Opglabbeek)
|
roerom; Hoe noemt U: Een gerecht dat bestaat uit meel, gekookt in water of melk, met stroop en vet opgediend (treot, potstroe, ruierom, potjebuul) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 19606 |
roerzeef |
passe-vite:
pasviet (L416p Opglabbeek),
pazviet (L416p Opglabbeek)
|
een roerzeef of een doordrukzeef (met schroef) in de keuken || pureestamper of knijper
III-2-1
|
| 25088 |
roest |
giet:
gīet (L416p Opglabbeek),
roest:
ròs (L416p Opglabbeek)
|
roest, rood- of bruingele bedekking die aan de oppervlakte van ijzer en staal ontstaat door verbinding met zuurstof, vooral in een vochtige omgeving [roester] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 19441 |
roestplek |
ijzermaal:
i-jzermoal (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek),
roestplek:
ròsplèk (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek)
|
ijzermaal || Roestplek in het linnen (spot, spit, tikkel, maal, plek, smet) [N 79 (1979)] || roestvlek in bijvoorbeeld linnengoed
III-2-1
|