e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
ringmus mus: mès (Opglabbeek) ringmus III-4-1
ringvinger ringvinger: ringvinger (Opglabbeek), ríngvingər (Opglabbeek) Ringvinger: de vierde vinger waaraan men gewoonlijk een ring draagt (ringvinger, goudvinger,vingerling, iedekje, pillepoort). [N 84 (1981)] || Ringvinger: de vierde vinger waaraan men gewoonlijk een ring draagt (ringvinger, goudvinger,vingerling, pillepoort). [N 106 (2001)] III-1-1
ringworm catharinarad: kàttərīēnəráád (Opglabbeek) Huidziekte in de vorm van een wiel (omloop, Sinte-Katrien, springend vuur, ringelworm). [N 84 (1981)] III-1-2
rinkelen met de altaarbel bellen: bɛlə (Opglabbeek) Met deze bel rinkelen, bellen, schellen. [N 96B (1989)] III-3-3
rins amper: Oppen door waas buter amper gewure Het A.N. amper is benoa, kriê, bekans  amper (Opglabbeek), rins: rens (Opglabbeek) Een rinse smaak (zuurzoet, gelijk sommige suikerbonbons). [ZND 41 (1943)] || zuur, scherp van smaak III-2-3
riool mooskot: Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  mōēskūūt (Opglabbeek), persgat: Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  péésgáát (Opglabbeek), riolering: Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  rioolééring (Opglabbeek) het stelsel van buizen en kanalen voor het afvoeren v an vuil water [riool, geul, grip] [N 90 (1982)] III-3-1
rit toertje (<fr.): tuurkə gəmáákt (Opglabbeek) de afstand afgelegd te paard, per fiets, per auto of op de schaats (tocht, rit) [N 90 (1982)] III-3-1
ritselen ritselen: ritsələ (Opglabbeek) een zacht, onregelmatig, schuifelend, ruisend of krakend geluid geven [ritselen, rispelen, snirsen, krimmelen] [N 91 (1982)] III-4-4
ritssluiting rits: rets (Opglabbeek), rits (Opglabbeek), ritssluiting: ritssjloeting (Opglabbeek), tirette: tirǝt (Opglabbeek), tirette (fr.): tirət (Opglabbeek), tīērət (Opglabbeek) Hoe noemt U een ritssluiting? [N 62 (1973)] || Ritssluiting [DC 64 (1989)] || Treksluiting, sluitmiddel voor kleppen van kledingstukken, tassen en dergelijke, bestaande uit twee stroken met metalen klauwtjes die door een verschuifbaar plaatje in elkaar gehaakt worden (Van Dale, pag. 2417). [N 62, 63; MW] II-7, III-1-3
riviergrondel gieweik: giêweik (Opglabbeek, ... ) geuf (vis) || grondel (vis) III-4-2