| 24234 |
ringmus |
mus:
mès (L416p Opglabbeek)
|
ringmus
III-4-1
|
| 17669 |
ringvinger |
ringvinger:
ringvinger (L416p Opglabbeek),
ríngvingər (L416p Opglabbeek)
|
Ringvinger: de vierde vinger waaraan men gewoonlijk een ring draagt (ringvinger, goudvinger,vingerling, iedekje, pillepoort). [N 84 (1981)] || Ringvinger: de vierde vinger waaraan men gewoonlijk een ring draagt (ringvinger, goudvinger,vingerling, pillepoort). [N 106 (2001)]
III-1-1
|
| 18103 |
ringworm |
catharinarad:
kàttərīēnəráád (L416p Opglabbeek)
|
Huidziekte in de vorm van een wiel (omloop, Sinte-Katrien, springend vuur, ringelworm). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 23645 |
rinkelen met de altaarbel |
bellen:
bɛlə (L416p Opglabbeek)
|
Met deze bel rinkelen, bellen, schellen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 20792 |
rins |
amper:
Oppen door waas buter amper gewure Het A.N. amper is benoa, kriê, bekans
amper (L416p Opglabbeek),
rins:
rens (L416p Opglabbeek)
|
Een rinse smaak (zuurzoet, gelijk sommige suikerbonbons). [ZND 41 (1943)] || zuur, scherp van smaak
III-2-3
|
| 21214 |
riool |
mooskot:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
mōēskūūt (L416p Opglabbeek),
persgat:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
péésgáát (L416p Opglabbeek),
riolering:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
rioolééring (L416p Opglabbeek)
|
het stelsel van buizen en kanalen voor het afvoeren v an vuil water [riool, geul, grip] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21200 |
rit |
toertje (<fr.):
tuurkə gəmáákt (L416p Opglabbeek)
|
de afstand afgelegd te paard, per fiets, per auto of op de schaats (tocht, rit) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 25039 |
ritselen |
ritselen:
ritsələ (L416p Opglabbeek)
|
een zacht, onregelmatig, schuifelend, ruisend of krakend geluid geven [ritselen, rispelen, snirsen, krimmelen] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 18214 |
ritssluiting |
rits:
rets (L416p Opglabbeek),
rits (L416p Opglabbeek),
ritssluiting:
ritssjloeting (L416p Opglabbeek),
tirette:
tirǝt (L416p Opglabbeek),
tirette (fr.):
tirət (L416p Opglabbeek),
tīērət (L416p Opglabbeek)
|
Hoe noemt U een ritssluiting? [N 62 (1973)] || Ritssluiting [DC 64 (1989)] || Treksluiting, sluitmiddel voor kleppen van kledingstukken, tassen en dergelijke, bestaande uit twee stroken met metalen klauwtjes die door een verschuifbaar plaatje in elkaar gehaakt worden (Van Dale, pag. 2417). [N 62, 63; MW]
II-7, III-1-3
|
| 24317 |
riviergrondel |
gieweik:
giêweik (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek)
|
geuf (vis) || grondel (vis)
III-4-2
|