| 21269 |
rijkdom |
rijkdom:
rigdom (L416p Opglabbeek)
|
rijkdom [RND]
III-3-1
|
| 21476 |
rijksveldwachter |
bode:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
bój (L416p Opglabbeek),
veldwachter:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
véltwágtər (L416p Opglabbeek)
|
een agent van de rijksveldwacht [die zorgt voor de handhaving van de orde op het platteland] [rijks, schabeletter, champetter, pandoer, garde, vörster] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21474 |
rijkswachter |
gendarme (fr.):
ejnə žəndeͅrm (L416p Opglabbeek),
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
gəndərm (L416p Opglabbeek)
|
een lid van het militaire politiekorps [gendarm, harenmutsel, pakkeman, marechaus-see, massee] [N 90 (1982)] || Gendarm, rijkswachter. [ZND 35 (1941)]
III-3-1
|
| 20816 |
rijp |
rijp:
rīēp (L416p Opglabbeek)
|
rijp [RND]
III-2-3
|
| 25187 |
rijp vormen, rijpen |
rijmen:
rīmə (L416p Opglabbeek),
rijmen
rimə (L416p Opglabbeek)
|
vriezen zodanig dat zich rijm op de bomen vormt [rouwvorsten, rijmen] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 25186 |
rijp, rijmx |
rijm:
rīm (L416p Opglabbeek),
rijm (m.)
rīm (L416p Opglabbeek)
|
rijm, bevroren dauw of nevel die zich afzet op de takken [waterrijm, roevros] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 33509 |
rijshout, bonenstaak |
boonstaak:
buēnstaak (L416p Opglabbeek),
erwtenrijs:
ɛrtərīzər (L416p Opglabbeek)
|
[ZND 23 (1937)]Erwtenrijzers, twijgen waartegen bepaalde erwten groeien [N P (1966)]
I-7
|
| 20817 |
rijst |
rijst:
ri-js (L416p Opglabbeek)
|
rijst
III-2-3
|
| 20603 |
rijstebrij |
rijstepap:
(ri-jze)pàp (L416p Opglabbeek),
rizəpap (L416p Opglabbeek),
Innen hemel ète ze ri-jzepap möt guiwe liêpelkes
ri-jzepap (L416p Opglabbeek)
|
brij; Hoe noemt U: Half vast, half vloeibaar gekookt gerecht van een heel of half gemalen graansoort (gort of meel) of rijst (brij, kwet, prol, pap) [N 80 (1980)] || Rijstebrij (pötjesbulling?) [N 16 (1962)] || rijstepap
III-2-3
|
| 20737 |
rijstevlaai |
bakkemuizenvlaai:
bakə myzəvlāj (L416p Opglabbeek),
rijstevlaai:
ri-jstevlaai (L416p Opglabbeek)
|
rijstevlaai || Vla bedekt met spijs van rijst [N 16 (1962)]
III-2-3
|