e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
rijkdom rijkdom: rigdom (Opglabbeek) rijkdom [RND] III-3-1
rijksveldwachter bode: Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  bój (Opglabbeek), veldwachter: Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  véltwágtər (Opglabbeek) een agent van de rijksveldwacht [die zorgt voor de handhaving van de orde op het platteland] [rijks, schabeletter, champetter, pandoer, garde, vörster] [N 90 (1982)] III-3-1
rijkswachter gendarme (fr.): ejnə žəndeͅrm (Opglabbeek), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  gəndərm (Opglabbeek) een lid van het militaire politiekorps [gendarm, harenmutsel, pakkeman, marechaus-see, massee] [N 90 (1982)] || Gendarm, rijkswachter. [ZND 35 (1941)] III-3-1
rijp rijp: rīēp (Opglabbeek) rijp [RND] III-2-3
rijp vormen, rijpen rijmen: rīmə (Opglabbeek), rijmen  rimə (Opglabbeek) vriezen zodanig dat zich rijm op de bomen vormt [rouwvorsten, rijmen] [N 22 (1963)] III-4-4
rijp, rijmx rijm: rīm (Opglabbeek), rijm (m.)  rīm (Opglabbeek) rijm, bevroren dauw of nevel die zich afzet op de takken [waterrijm, roevros] [N 22 (1963)] III-4-4
rijshout, bonenstaak boonstaak: buēnstaak (Opglabbeek), erwtenrijs: ɛrtərīzər (Opglabbeek) [ZND 23 (1937)]Erwtenrijzers, twijgen waartegen bepaalde erwten groeien [N P (1966)] I-7
rijst rijst: ri-js (Opglabbeek) rijst III-2-3
rijstebrij rijstepap: (ri-jze)pàp (Opglabbeek), rizəpap (Opglabbeek), Innen hemel ète ze ri-jzepap möt guiwe liêpelkes  ri-jzepap (Opglabbeek) brij; Hoe noemt U: Half vast, half vloeibaar gekookt gerecht van een heel of half gemalen graansoort (gort of meel) of rijst (brij, kwet, prol, pap) [N 80 (1980)] || Rijstebrij (pötjesbulling?) [N 16 (1962)] || rijstepap III-2-3
rijstevlaai bakkemuizenvlaai: bakə myzəvlāj (Opglabbeek), rijstevlaai: ri-jstevlaai (Opglabbeek) rijstevlaai || Vla bedekt met spijs van rijst [N 16 (1962)] III-2-3