| 19057 |
raar, vreemd |
aardig:
arig (L416p Opglabbeek),
ich vòn det hèè maar hiêl arig diêj
aardig (L416p Opglabbeek),
ook materiaal znd 19a, 003
aardig (L416p Opglabbeek),
ārdəx (L416p Opglabbeek),
vreemd:
dɛ̄ es hī vrɛ̄mt (L416p Opglabbeek),
zonderling:
ook materiaal znd 19a, 003
zonnerling (L416p Opglabbeek)
|
Die is hier vreemd. [ZND 08 (1925)] || eigenaardig || zonderling, vreemd [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
| 21361 |
raaskallen |
lullen:
lullə (L416p Opglabbeek),
raaskallen:
rááskàllə (L416p Opglabbeek)
|
onzin praten, raaskallen [revelen, raaskallen, wauwelen, lullen, bazelen] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 28447 |
raat |
graat:
grǭt (L416p Opglabbeek),
raat:
raat (L416p Opglabbeek),
rāt (L416p Opglabbeek),
ranel:
rā.nǝl (L416p Opglabbeek)
|
Een raat is een schijf gevormd door twee lagen met de rug tegen elkaar liggende zeszijdige cellen. Ze wordt door de bijen gemaakt voor het opkweken van de larven en voor het opbergen van honing in de winter. Het bouwsel is van was. [N 63, 13a; L 1a-m; S 3; A 25, 10; JG 1a+1b; JG 2b-5, 3; Ge 37, 53; monogr.]
II-6
|
| 28653 |
raathoning, tafelhoning |
raathoning:
raathoning (L416p Opglabbeek)
|
Blanke honing die in de raat verkocht wordt. [N 63, 115b; monogr.]
II-6
|
| 19224 |
raden |
raden:
roaje (L416p Opglabbeek)
|
raden, gissen naar
III-1-4
|
| 33577 |
radijs |
radijs:
rədīs (L416p Opglabbeek)
|
[ZND 41 (1943)]
I-7
|
| 21209 |
radio |
radio:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
rádioo (L416p Opglabbeek)
|
een radio-ontvangtoestel [radio] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 18167 |
rafel |
kwakel:
kākələ (L416p Opglabbeek),
rafel:
raoffəl (L416p Opglabbeek)
|
Hoe noemt U een rafel? [N 62 (1973)] || Rafels. Hoe noemt men de rafels die afhangen aan zeer versleten kleren ? [ZND 41 (1943)]
III-1-3
|
| 18168 |
rafelen |
rafelen:
raafələ (L416p Opglabbeek),
rafelen (L416p Opglabbeek),
rāāfələ (L416p Opglabbeek),
rāfǝlǝ (L416p Opglabbeek),
rafelstof (zn.):
ruffəlstóf (L416p Opglabbeek),
uitrafelen:
ūūtraafələ (L416p Opglabbeek)
|
aan de rand uiteenvallen in afzonderlijke draden, het loslaten van draden, gezegd van weefsel [rafelen, raffelen, reffelen, riefelen] [N 86 (1981)] || Hoe zegt U: de stof zal rafelen? [N 62 (1973)] || Uitvezelen van stof. [N 59, 188; N 62, 45a; MW; S 29; monogr.]
II-7, III-1-3
|
| 21164 |
rails |
sporen:
spy(3)̄rə (L416p Opglabbeek)
|
rails [ZND 41 (1943)]
III-3-1
|