e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
puber bakvis: bakvis  bakvös (Opglabbeek), jong: pejoratief  jing (Opglabbeek), wicht: wichter (Opglabbeek) benaming voor aankomend meisje || iemand van jeugdige leeftijd (jongere) [N 102 (1998)] III-2-2
pudding podding: s Zòndigs mook uis moder dèk sjòkkelate podding  podding (Opglabbeek), pudding: pødeŋ (Opglabbeek) pudding || Pudding (bodding, podding?) [N 16 (1962)] III-2-3
puimsteen puimsteen: pø̜̄jmstęjn (Opglabbeek) Lichte poreuze gestolde lava met een sponsachtig uiterlijk voor het polijsten van houtwerk en het inschuren van natte grondverf. De 'Gotlandsteen' (Q 162) is een zeer fijnkorrelige zandsteen uit Gotland in Zweden, harder dan puimsteen, die voor fijn schuurwerk wordt gebruikt. [S 29; L 40, 80; N 67, 60c; Renders 1; monogr.] II-9
puistjes brobbels: brobəl (Opglabbeek) puistjes [bultjes, botsels, brobbels] [N 10 (1961)] III-1-2
pullover tricot (fr.): trəko (Opglabbeek) pullover truivest met mouwen zonder knopen [N 23 (1964)] III-1-3
punaise punaise (fr.): Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  pənéés (Opglabbeek) een klein metalen stiftje met grote platte kop voor het vastzetten van tekeningen etc. [tetske, punaise] [N 90 (1982)] III-3-1
punt van het blad van de zeis spits: spets (Opglabbeek), tip: tep (Opglabbeek) De scherpe punt aan het blad van de zeis, aan het uiteinde tegenover de arend en de hak. Zie afbeelding 5, nummer 3. [N 18, 68c; JG 1a, 1b, 2c; monogr.] I-3
purper, paarsrood mauve: mòf (Opglabbeek), violet: fiolət (Opglabbeek) de kleur paarsrood [purper, pilper] [N 91 (1982)] III-4-4
putgalg gaffel: gafəl (Opglabbeek), putstiep: pɛtstīp (Opglabbeek) [N 12 (1961)] [ZND 32 (1939)] I-7
puthaak gard: geͅi̯ərt (Opglabbeek), putgard: peͅtgēͅrt (Opglabbeek), staak: staak (Opglabbeek) [N 12 (1961)] [ZND 32 (1939)] I-7