| 19333 |
pret, schik |
plezier:
samest. ein plezeerreis
plezeer (L416p Opglabbeek)
|
pret, lol
III-1-4
|
| 23244 |
prevelen |
mompelen:
moempele (L416p Opglabbeek)
|
Prevelen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 28890 |
priem |
been:
bēn (L416p Opglabbeek),
priem:
prim (L416p Opglabbeek)
|
Een puntig werktuig van been dat wordt gebruikt voor het maken van de ronde gaatjes die nodig zijn voor nestelgaatjes of kleermakersknoopsgaten. Ook verwijdert men hiermee rijgsteken. Zie afb. 14. [N 59, 31; monogr.]
II-7
|
| 29943 |
priemen |
pinnen:
penǝ (L416p Opglabbeek)
|
De twee pennen aan de uiteinden van het metselkoord waarmee het tijdens het metselen wordt vastzet. De priemen worden ook gebruikt om het koord na gebruik op op te rollen. Zie ook afb. 4. Volgens de invuller uit Q 121c worden thans met de toepassing van profielen geen priemen meer gebruikt. In P 176 noemde men het spannen van het metselkoord met behulp van de priemen: 'de koord opsteken' ('dǝ kōt˱ ǫpstēkǝ'). In L 291 gebruikte men geen priemen, maar zette men het metselkoord met behulp van vierduimse spijkers vast. [N 30, 14b; monogr.]
II-9
|
| 23414 |
priesterkoor |
koor:
kuur (L416p Opglabbeek)
|
Het achter de communiebanken gelegen, verhoogde voorste deel van de kerk, waar het hoofdaltaar en de koorbanken zich bevinden [koor, koeër, hoogkoor, priesterkoor?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23307 |
priestersteek met ronde luifel |
steek:
stēk (L416p Opglabbeek)
|
priestersteek met ronde luifel [N 25 (1964)]
III-3-3
|
| 22862 |
prijzen (mv.) |
prijzen:
pris (L416p Opglabbeek)
|
prijzen (mv.) [RND]
III-3-2
|
| 33740 |
prikkeldraad |
pikdraad:
pekdrāt (L416p Opglabbeek),
pękdrǭt (L416p Opglabbeek)
|
Twee- of driedraads gevlochten ijzerdraad van scherpe punten voorzien waarmee men een weide of een stuk grond afspant. [N M, 6b; N M, 6a; L 40, 73; JG 1b; L 32, 45 add.; Vld.; Gwn 16, 11; A 25, 4f; A 25, 8 add.; monogr.]
I-8
|
| 22356 |
priktol |
dop:
dob (L416p Opglabbeek),
doͅb (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek),
doͅbə (L416p Opglabbeek)
|
Gewone tol (die met een koord wordt geslingerd). [ZND 01u (1924)] || Hoe noemt men een dergelijk stuk speelgoed dat in bezeging wordt gebracht met behulp van een touwtje dat er omheen wordt gedraaid? [priktol] [Lk 03 (1953)] || Priktol (= werptol: door middel van een erom gewonden touw werpt men hem draaiend op de grond). [ZND 16 (1934)]
III-3-2
|
| 21515 |
proces-verbaal |
proces (<fr./lat.):
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
prooses (L416p Opglabbeek)
|
het geschreven woordelijke verslag van de toedracht van een overtreding [proces-verbaal, daas, nummer] [N 90 (1982)]
III-3-1
|