| 34019 |
poot omhoog |
poot-op:
pūǝt˱ ǫp (L416p Opglabbeek)
|
Voermansroep om de hoef of voet op te lichten. [N 8, 95k]
I-10
|
| 33172 |
pootgoed, pootaardappelen |
plantgoed:
pla.nt˲gōt (L416p Opglabbeek),
pootaardappelen:
pű̄t[aardappelen] (L416p Opglabbeek)
|
Mooie aardappelen worden apart gehouden om in het volgend seizoen gepoot te worden, als pootaardappelen. Pootaardappelen mogen niet te groot en niet te klein zijnen er mogen veel ogen in zitten. Ze worden op een koele plaats, in de kelder, bewaard. Voor de fonetische documentatie van de woordtypen voor aardappel, zie het lemma Aardappel. [N M, 15; JG 1a; L 40, 55; monogr.; add. uit N M, 22]
I-5
|
| 17953 |
pootjebaden |
baden:
bajə (L416p Opglabbeek)
|
lopen: met blote voeten door plassen lopen [polse, dokkele, baden] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 34174 |
pootjesblaas |
tweede blaas:
twiǝdǝ blǭs (L416p Opglabbeek),
tweede waterblaas:
twīdǝ wātǝrblǭs (L416p Opglabbeek)
|
De tweede blaas waarin de voorpoten van het kalf zitten. [N 3A, 52b]
I-11
|
| 22806 |
pop |
pop:
en poop (L416p Opglabbeek),
pop (L416p Opglabbeek)
|
Een pop. [ZND 40 (1942)] || pop [GTRP (1980-1995)]
III-3-2
|
| 24226 |
pop, vrouwelijke zangvogel |
pop:
pŏĕp (L416p Opglabbeek)
|
vrouwelijke zangvogel (pop) [N 83 (1981)]
III-4-1
|
| 28791 |
popeline |
popeline:
popeline (L416p Opglabbeek)
|
Licht weefsel waarvan de ketting uit zijde en de inslag uit floretzijde of katoen bestaat (Van Dale, pag. 2223). [N 62, 98; N 59, 201]
II-7
|
| 19849 |
porselein |
porselein:
pastǝlejn (L416p Opglabbeek)
|
Verzamelnaam voor ceramische produkten die gebakken zijn uit porseleinaarde waar zekere bijvoegsels door zijn gemengd. Porselein kenmerkt zich door het feit dat het in tegenstelling tot bijvoorbeeld gleiswerk, fijn, wit en halfdoorschijnend is en een ongekleurd, sterk glimmend glazuur vertoont. [Wi 53; L 35, 78; N 20, 5; monogr.]
II-8
|
| 21482 |
portefeuille |
portefeuille (fr.):
pórtəfuijə (L416p Opglabbeek)
|
de kleine, platte, meestal leren, dubbele tas met vakjes, waarin mannen hun bankbiljetten, identiteitsbewijs enz. bij zich dragen [kamtas, portefoelie] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 21481 |
portemonnee, beurs |
portemonnee (<fr.):
einə poͅrtəmone (L416p Opglabbeek)
|
een beurs [ZND A1 (1940sq)]
III-3-1
|