e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
poot omhoog poot-op: pūǝt˱ ǫp (Opglabbeek) Voermansroep om de hoef of voet op te lichten. [N 8, 95k] I-10
pootgoed, pootaardappelen plantgoed: pla.nt˲gōt (Opglabbeek), pootaardappelen: pű̄t[aardappelen] (Opglabbeek) Mooie aardappelen worden apart gehouden om in het volgend seizoen gepoot te worden, als pootaardappelen. Pootaardappelen mogen niet te groot en niet te klein zijnen er mogen veel ogen in zitten. Ze worden op een koele plaats, in de kelder, bewaard. Voor de fonetische documentatie van de woordtypen voor aardappel, zie het lemma Aardappel. [N M, 15; JG 1a; L 40, 55; monogr.; add. uit N M, 22] I-5
pootjebaden baden: bajə (Opglabbeek) lopen: met blote voeten door plassen lopen [polse, dokkele, baden] [N 10 (1961)] III-1-2
pootjesblaas tweede blaas: twiǝdǝ blǭs (Opglabbeek), tweede waterblaas: twīdǝ wātǝrblǭs (Opglabbeek) De tweede blaas waarin de voorpoten van het kalf zitten. [N 3A, 52b] I-11
pop pop: en poop (Opglabbeek), pop (Opglabbeek) Een pop. [ZND 40 (1942)] || pop [GTRP (1980-1995)] III-3-2
pop, vrouwelijke zangvogel pop: pŏĕp (Opglabbeek) vrouwelijke zangvogel (pop) [N 83 (1981)] III-4-1
popeline popeline: popeline (Opglabbeek) Licht weefsel waarvan de ketting uit zijde en de inslag uit floretzijde of katoen bestaat (Van Dale, pag. 2223). [N 62, 98; N 59, 201] II-7
porselein porselein: pastǝlejn (Opglabbeek) Verzamelnaam voor ceramische produkten die gebakken zijn uit porseleinaarde waar zekere bijvoegsels door zijn gemengd. Porselein kenmerkt zich door het feit dat het in tegenstelling tot bijvoorbeeld gleiswerk, fijn, wit en halfdoorschijnend is en een ongekleurd, sterk glimmend glazuur vertoont. [Wi 53; L 35, 78; N 20, 5; monogr.] II-8
portefeuille portefeuille (fr.): pórtəfuijə (Opglabbeek) de kleine, platte, meestal leren, dubbele tas met vakjes, waarin mannen hun bankbiljetten, identiteitsbewijs enz. bij zich dragen [kamtas, portefoelie] [N 89 (1982)] III-3-1
portemonnee, beurs portemonnee (<fr.): einə poͅrtəmone (Opglabbeek) een beurs [ZND A1 (1940sq)] III-3-1