e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
pil pil: pil (Opglabbeek) pil [ZND A1 (1940sq)] III-1-2
pilaar pilaar: pelaar (Opglabbeek) Een pilaar, de pilaren [pielder(s), pilèèr(e)?]. [N 96A (1989)] III-3-3
pimpelmees bijmeesje: biemèske (Opglabbeek) pimpelmees III-4-1
pinda apenootje: verkl. niêtsje Apeniêtsjes: apenootjes  apeniêtsje (Opglabbeek) pinda III-2-3
pink pinkje: pinkskə (Opglabbeek), pīnkske (Opglabbeek) Pink, de vijfde, kleinste vinger (pink (pinkel, pinker), kleine vinger). [N 106 (2001)] || Pink, de vijfde, kleinste vinger (pinkel, pinker, pink, petieter, piepzakje). [N 84 (1981)] III-1-1
pinksteren pinksten: pēnkstə (Opglabbeek), pinkste (Opglabbeek), pinksteren: peīnkstərə (Opglabbeek), pinkstere (Opglabbeek), sinksen: sinkse (Opglabbeek) Hoe heet de 50e dag na Pasen: Pinksteren of Sinksen? [ZND 40 (1942)] || Pinksteren, de vijftigste dag na Pasen [Sinksen, Pinkste]. [N 96C (1989)] III-3-3
pinstokken (voor de slee) pikken: pēkə (Opglabbeek, ... ) Hoe heten de stokken waarmee een kleine ijsslede wordt voortgeduwd? [ZND 40 (1942)] || pikstokken waarmee de kinderen een slee (waarop ze zitten) voortduwen [N 08 (1961)] III-3-2
pint, maat van 0,5 liter pintje: pi-jntsj (Opglabbeek) inhoudsmaat: pint III-4-4
pioen donderkruid: -  dönnerkruid (Opglabbeek), ook ZND 1 (a-m) en ZND 1u, 007  dönnerkruud (Opglabbeek), stinkroos: stinkruus (Opglabbeek, ... ) Ook mat. van ZND 15 (1930), 018 opgenomen [ZND 05 (1924)] || Pioen (Paeonia officinalis L.) I-7, III-2-1
pissebed varken: verke (Opglabbeek), wild varken: oniscus asellus/oniscus murarius (=ZND 18)  wilt färkə (Opglabbeek) pissebed, keldermot [GV K (1935)] || pissebed, ongedierte III-4-2