e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
perzik pche-je: haast altijd dim.  pèèske (Opglabbeek) perzik I-7
perzikkruid reutsel: rē̜tsǝl (Opglabbeek) Polygonum persicaria L. Zeer algemeen voorkomend onkruid op bouwland, in tuinen en wegbermen met zeer kleine roze bloempjes in de vorm van een aar, lancetvormige bladen met een zwarte vlek en roze-rode stengels. Het bloeit van juni tot de herfst. De lengte varieert van 20 tot 100 cm. Voor weie (wilgen) zie ook de toelichting bij het lemma Hanepoot. [JG 1b, 1c, 2c; A 60A, 56] I-5
pesten (kaartspel) pesten: peste (Opglabbeek) Namen [en beschrijving] van diverse kaartspelen zoals: [bonken, eenentwintigen, hoogjassen, kajoeteren, klaverjassen, kwetten, kruisjassen, liegen, pandoeren, petoeten, schuppemiejen, smousjassen, tikken, toepen, wijveren, zwartebetten, zwartepieten, zwik [N 88 (1982)] III-3-2
pet met opstaand bovenstuk klak met stijve klep: klaok meͅt stīfkleͅp (Opglabbeek) pet met opstaand cylindervormig bovenstuk in het algemeen {afb} [zeje pet] [N 25 (1964)] III-1-3
pet: algemeen klak: klak (Opglabbeek), klaok (Opglabbeek), Pet.  klak (Opglabbeek), pats: pats (Opglabbeek) pet (hoofdbedekking voor mannen) - zijn er verschillende benamingen? [ZND 16 (1934)] || pet, hoofddeksel met een klep [kips, patsj, klak, koetsj, paaj, flet, kap, klep, muts, luif] [N 25 (1964)] || pet, muts, klak [RND] III-1-3
peterselie peterselie: peterselie (Opglabbeek), pētərsē.li (Opglabbeek) [Goossens 1b (1960)] [ZND 05 (1924)] I-7
petroleum ptrole (fr.): petròl (Opglabbeek), pətròl (Opglabbeek) petroleum, minerale licht ontvlambare stof die vooral tot verlichting in lampen en als brandstof wordt gebruikt [petrol, peter-, stink-, bron-, brom-, gasolie] [N 81 (1980)] III-4-4
petroleumlamp lampe belge: grote petroleumlamp  lambɛlž (Opglabbeek), pètrole-lamp: pətroͅllamp (Opglabbeek), quinquet: kenkē (Opglabbeek), #NAME?  keŋkē (Opglabbeek), vgl. Fr. quinquet Het leechtsje vanne kinkee mook ein ròn vlek oppet toafellake  kinkee (Opglabbeek) lamp/ luchter; inventarisatie soorten en gebruiksmogelijkheden; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] || petroleumlamp III-2-1
peul hauw: hau̯w (Opglabbeek), havwe (Opglabbeek), schaal: sjālə (Opglabbeek) de peulen, de doppen van erwten of bonen [N Q (1966)] || groene schaal waarin erwten en bonen zitten [ZND 40 (1942)] III-2-3
peul, dop (znw) hauw: hau (Opglabbeek), hau̯w (Opglabbeek), hau̯wə (Opglabbeek), schaal: sjālə (Opglabbeek) [Goossens 1b (1960)] [N Q (1966)] [ZND 40 (1942)] I-7