| 23283 |
parochie |
parochie:
`kerkelijke gemeente`
z. toel. (L416p Opglabbeek),
ən parochī (L416p Opglabbeek)
|
Een parochie; dit woord kan betekenen zoals in het Nederl. "kerkelijke gemeente met een pastoor"ofwel eenvoudig "dorp"; welke betekenis heeft het bij u? [ZND 40 (1942)]
III-3-3
|
| 34479 |
pas uit het ei gekomen kipje |
kiekje:
kikskǝ (L416p Opglabbeek)
|
[N 19, 40b]
I-12
|
| 28840 |
pasband |
reklint:
ręklent (L416p Opglabbeek)
|
Linnen bandje dat in een kledingstuk wordt meegenaaid om uitrekken te voorkomen. [N 59, 41; MW]
II-7
|
| 23231 |
pasen |
pasen:
paose (L416p Opglabbeek)
|
Pasen [Paoësje, Oeëster]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 21217 |
pasfoto |
pasfoto:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
pásfŏĕtoo (L416p Opglabbeek)
|
de foto zoals op paspoorten en dergelijke legitimatiepapieren moet worden aangebracht [tiptopje] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 29025 |
pasklaar |
pasklaar:
pasklǭr (L416p Opglabbeek)
|
Gezegd van een kledingstuk wanneer het zo ver klaar is dat men het kan komen passen. [N 62, 8; MW]
II-7
|
| 28861 |
paskoord |
pasvaam:
pasvām (L416p Opglabbeek)
|
Met katoen omspannen metaaldraad die ter versterking van het knoopsgat strak en vlak langs de snede van het knoopsgat wordt vastgenaaid. Zie afb. 1. [N 59, 8]
II-7
|
| 28883 |
paskoordnaald |
rimmer:
remǝr (L416p Opglabbeek)
|
Tijdens het bevestigen van het paskoord rondom het te maken knoopsgat gebruikt men de paskoordnaald om het paskoord aan te hechten en strak en vlak langs de snede van het knoopsgat te spannen (Papenhuyzen III, pag. 17). De paskoordnaald is 6 à 8 cm lang en loopt naar het oog wat dik toe. Het oog is flink groot, omdat het paskoord erdoorheen moet (idem, pag. 12). Zie afb. 10. [N 59, 12]
II-7
|
| 28944 |
pasmodel |
maat:
mǭt (L416p Opglabbeek)
|
Kledingstuk dat tot model dient voor een ander kledingstuk of naar grondpatroon uitgevoerd model in dunne katoen, bedoeld als hulpmiddel voor het controleren van de pasvorm (Het Beste Naaiboek, pag. 496). [N 62, 5]
II-7
|
| 21202 |
paspoort |
pas:
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
pás (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek)
|
het bewijs van identiteit en toestemming om in het buitenland te mogen reizen [paspoort, pas] [N 90 (1982)] || het identiteitsbewijs door de regering aan een onderdaan verstrekt met het oog op een reis naar het buitenland [paspoort, pas] [N 90 (1982)]
III-3-1
|