| 21689 |
pacht? |
pacht:
ps. omgespeld volgens Frings.
paxt (L416p Opglabbeek),
stoelgeld:
ps. omgespeld volgens Frings.
stōlgeͅlt (L416p Opglabbeek)
|
pacht, het bedrag dat men jaarlijks betaalt, b.v. voor een bank in de kerk [de paacht?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 33037 |
pad aanmaaien |
(zwad, enz.) aanmaaien:
ānmɛi̯ǝ (L416p Opglabbeek)
|
Zie het voorgaande lemma; hier de werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. [monogr.; add. uit N 15, 25b]
I-4
|
| 21261 |
pad, paadje |
pad, paadje:
péétjə (L416p Opglabbeek)
|
een weggetje gemaakt door de voetstappen van mensen of dieren (zandbaan, pad, weg, weggel, wegeling) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 24534 |
paddestoel (alg.) |
paddestoel:
padəsto.əl (L416p Opglabbeek),
giftige --; gecombineerd met ZND 5 040
paddenstool (L416p Opglabbeek)
|
paddestoel [RND], [ZND 15 (1930)]
III-4-3
|
| 17550 |
pafferig dik, opgeblazen van lijf |
opgeblazen (dik):
oͅpxəblyəzə (L416p Opglabbeek),
opgejaagd:
oͅpxəjaxt (L416p Opglabbeek),
papperig (dik):
papərex (L416p Opglabbeek),
vet:
vet (L416p Opglabbeek)
|
dik, pafferig [maf] [N 10 (1961)] || opgeblazen van lijf [poesterig] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 18240 |
paillette |
pailletje (<fr.):
Kleine ronde plaatjes met een gat erin. - eveneens voor N62,060a.
pailletjəs (L416p Opglabbeek),
paillette:
(mv)
palɛtǝ (L416p Opglabbeek),
paillette (fr.):
Mauwstukken.
pallette (L416p Opglabbeek)
|
Kent U de volgende benamingen van versieringen, hoe spreekt U ze uit, wat wordt ermee bedoeld: paillette? [N 62 (1973)] || Versiering voor kledingstukken. Glinsterend schijfje met in het midden een gaatje. [N 62, 60b]
II-7, III-1-3
|
| 17874 |
pak slaag |
pak rammel:
pàk ràmməl (L416p Opglabbeek),
pak slaag:
pàk slèèg (L416p Opglabbeek),
priegel:
prīēgəl (L416p Opglabbeek),
smeer:
smīēr (L416p Opglabbeek)
|
Pak slaag (tek, travans, streep, smeer, batter, roefel, kiffel, pek). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 18170 |
pak, kostuum |
herenkostuum:
herenkostuum (L416p Opglabbeek),
kostuum:
kəsty.m (L416p Opglabbeek)
|
een herenkostuum [N 59 (1973)] || kostuum of pak voor mannen en jongens [pak, montoer, monteering, antsoch, kloeft] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 24489 |
palmboompje |
palm:
paum (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek),
palmenstruik:
verzamelfiche ZND 15, 015 van Har, + ZND 5, 041
pauwmestrok (L416p Opglabbeek)
|
palm || palmboompje [ZND 15 (1930)] || palmboompje (buxus) [ZND m]
III-4-3
|
| 23791 |
palmbosje |
bos palmen:
bos palme (L416p Opglabbeek),
palmtakjes:
pawm tèkskes (L416p Opglabbeek)
|
Het palmbosje dat op Palmzondag gewijd wordt [palemwösj]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|