e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
pacht? pacht: ps. omgespeld volgens Frings.  paxt (Opglabbeek), stoelgeld: ps. omgespeld volgens Frings.  stōlgeͅlt (Opglabbeek) pacht, het bedrag dat men jaarlijks betaalt, b.v. voor een bank in de kerk [de paacht?] [N 21 (1963)] III-3-1
pad aanmaaien (zwad, enz.) aanmaaien: ānmɛi̯ǝ (Opglabbeek) Zie het voorgaande lemma; hier de werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. [monogr.; add. uit N 15, 25b] I-4
pad, paadje pad, paadje: péétjə (Opglabbeek) een weggetje gemaakt door de voetstappen van mensen of dieren (zandbaan, pad, weg, weggel, wegeling) [N 90 (1982)] III-3-1
paddestoel (alg.) paddestoel: padəsto.əl (Opglabbeek), giftige --; gecombineerd met ZND 5 040  paddenstool (Opglabbeek) paddestoel [RND], [ZND 15 (1930)] III-4-3
pafferig dik, opgeblazen van lijf opgeblazen (dik): oͅpxəblyəzə (Opglabbeek), opgejaagd: oͅpxəjaxt (Opglabbeek), papperig (dik): papərex (Opglabbeek), vet: vet (Opglabbeek) dik, pafferig [maf] [N 10 (1961)] || opgeblazen van lijf [poesterig] [N 10 (1961)] III-1-1
paillette pailletje (<fr.): Kleine ronde plaatjes met een gat erin. - eveneens voor N62,060a.  pailletjəs (Opglabbeek), paillette: (mv)  palɛtǝ (Opglabbeek), paillette (fr.): Mauwstukken.  pallette (Opglabbeek) Kent U de volgende benamingen van versieringen, hoe spreekt U ze uit, wat wordt ermee bedoeld: paillette? [N 62 (1973)] || Versiering voor kledingstukken. Glinsterend schijfje met in het midden een gaatje. [N 62, 60b] II-7, III-1-3
pak slaag pak rammel: pàk ràmməl (Opglabbeek), pak slaag: pàk slèèg (Opglabbeek), priegel: prīēgəl (Opglabbeek), smeer: smīēr (Opglabbeek) Pak slaag (tek, travans, streep, smeer, batter, roefel, kiffel, pek). [N 84 (1981)] III-1-2
pak, kostuum herenkostuum: herenkostuum (Opglabbeek), kostuum: kəsty.m (Opglabbeek) een herenkostuum [N 59 (1973)] || kostuum of pak voor mannen en jongens [pak, montoer, monteering, antsoch, kloeft] [N 23 (1964)] III-1-3
palmboompje palm: paum (Opglabbeek, ... ), palmenstruik: verzamelfiche ZND 15, 015 van Har, + ZND 5, 041  pauwmestrok (Opglabbeek) palm || palmboompje [ZND 15 (1930)] || palmboompje (buxus) [ZND m] III-4-3
palmbosje bos palmen: bos palme (Opglabbeek), palmtakjes: pawm tèkskes (Opglabbeek) Het palmbosje dat op Palmzondag gewijd wordt [palemwösj]. [N 96C (1989)] III-3-3