e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
ophalen blinken: bliŋkǝ (Montzen) De laatste poetsbewerking van de schoen met behulp van borstels en zachte doeken om de schoen zijn diepste glans te geven. [N 60, 143a] II-10
ophanger lits: də lĕtš (Montzen), letš (Montzen), litsje: letškǝ (Montzen), lĕtškə (Montzen) het lusje waarmee men de jas kan ophangen [N 59 (1973)] || Het lusje waarmee men de jas kan ophangen. [N 59, 125; Gi 1.IV, 37] II-7, III-1-3
opmaken opmaken: xɛ.lt dropma.kə (Montzen) geld opdoen (opmaken) [RND] III-3-1
opperhuid vel: Opm.: afgestroopt vel = [huut].  vɛ̄l (Montzen) Opperhuid (huid, bovenhuid, -vel). [N 109 (2001)] III-1-1
oppinnen het overleer opnagelen: ǝt ǭvǝrlę̄r opnę̄gǝlǝ (Montzen) Het voorlopig vastslaan van het overleer na het overhalen. [N 60, 85] II-10
opprikken de steek doen uitkomen met de bout: dǝ štiǝk duǝ utkǭmǝ met dǝr bōt (Montzen) Het met behulp van een steekopzetter of roulette meer zichtbaar maken van de steken in de rand. [N 60, 124b] II-10
oprispen rupsen: röpsche (Montzen), röpšə (Montzen), røͅp.šə (Montzen) oprispen [ZND 05 (1924)], [ZND m] III-1-2
oprisping rups: röpsch (Montzen) oprisping [ZND 05 (1924)] III-1-2
opschuiven opzij schuiven: opzijsjy(3)̄və (Montzen) Opschuiven: in zijwaartse richting schuiven (opschikken, schavielen, opschuiven, opzij gaan) [N 108 (2001)] III-1-2
opspijlen pennen: pɛnǝ (Montzen) De korf van spijlen voorzien. Zie ook het lemma Verstevigingsspijlen. [N 63, 7a] II-6