e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
oog van de naald oog: ow (Montzen) De opening van de naald waardoorheen men de draad steekt. [N 59, 11b; Gi 1.IV, 13b; monogr.] II-7
oogst -opbrengst schaar: šōr (Montzen) Oogst in de betekenis van "een goede oogst" of "de oogst staat er goed voor"; het tweede deel van deze laatste uitdrukking is ondergebracht in het volgende lemma. Voor de fonetische documentatie van de woordtypen [oogst], [bouw] en [bouwt], zie het lemma ''oogst -werkzaamheden'' (4.1.2); de in dit lemma gedocumenteerde varianten van oogst komen daar ofwel in het geheel niet voor, ofwel (soms) als een wezenlijk andere variant. [N 15, 11; L 5, 29; L 39, 39; S 27; monogr.; add. uit N 15, 10 en12] I-4
oogvuil (slaper) pips: pepṣ (Montzen) Gedroogd vuil in de oogshoeken (slaper, slaap, pups, pips, kodde) [N 106 (2001)] III-1-1
oom nonk: nongk (Montzen), nonk (Montzen), nóóngk (Montzen) oom [ZND 11 (1925)] III-2-2
oor oor: u.ərə (Montzen), uër (Montzen) Oor (orgaan van het gehoor; het of de ...) kleine oortjes. [ZND 05 (1924)] || oren [RND] III-1-1
oorlel oorlapje: uərlɛpkə (Montzen) Oorlel: afhangend lapje aan de oorschelp ((oor)lel, (oor)lelletje) [N 106 (2001)] III-1-1
oorveeg dadel, enz.): oervig (Montzen), uə.rvi.g (Montzen) een muilpeer (geef gelijkbeteekenende woorden: oorvijg [ZND 01u (1924)] III-1-2
op bedevaart gaan bidweg maken: betwɛ̄ch mākə (Montzen), op bidweg gaan: op betwɛ̄ch guə (Montzen) Een bedevaart doen, op bedevaart gaan [beewegen, beevaarden, bèèverte]. [N 96C (1989)] III-3-3
op de knie naaien op gen knie naaien: op ǝn knē niǝnǝ (Montzen) Met de knieën op elkaar of met gekruiste benen naaien op één der knieën. Bij voorkeur naait men op de linkerknie, omdat het lichaam hierbij een veel natuurlijker houding aanneemt dan bij het naaien op de rechterknie. [N 59, 71a] II-7
op de tenen lopen trippelen: tripələ (Montzen) Op zijn tenen lopen (trippelen). [N 109 (2001)] III-1-2