| 17848 |
naar huis gaan |
naar thuis gaan:
ich goan no tauwes (Q078p Wellen),
thuis gaan:
noae gøn ich thøs (Q078p Wellen)
|
Wat zegt men in uw dialect? Nu ga ik naar huis. [ZND 48 (1954)]
III-1-2
|
| 34013 |
naar links |
haar:
hār (Q078p Wellen),
hɛ̄r (Q078p Wellen)
|
Voermansroep om het paard naar links te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95 c, 95d en 96; L 1 a-m; L B 2, 255; L 26, 2; L 36, 81c; S 12; monogr.]
I-10
|
| 34014 |
naar rechts |
hot:
hui̯t (Q078p Wellen)
|
Voermansroep om het paard naar rechts te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95a en 96; L 1 a-m; L B 2, 256; L 26, 2; L 36, 81d; S 12; monogr.]
I-10
|
| 24213 |
nachtegaal |
nachtegaal:
nâi-tərgâ-ël (Q078p Wellen),
vdBerg; omgesp.
ātərgōͅu̯əl (Q078p Wellen)
|
nachtegaal [ZND 05 (1924)] || nachtegaal (16,5 bekend; kleine bruine vogel met rossige staart; vrij zeldzame zomervogel; verborgen levend; beroemd om de zang [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 18608 |
nachtjapon |
robe (fr.):
ro.əp (Q078p Wellen)
|
robe: lange huisrok
III-1-3
|
| 17842 |
nachtmerrie |
maar:
[vgl. grijs merrie (trefw. nevel), cf. P 188: grejs mere]
mâ-r (Q078p Wellen)
|
Nachtmerrie; hoe vertaalt gij, fr. jai eu le cauchemar? [ZND 05 (1924)]
III-1-2
|
| 20138 |
nageboorte |
nageboorte:
noageboorte (Q078p Wellen)
|
menselijke nageboorte [N 10C (zj)]
III-2-2
|
| 34179 |
nageboorte van de koe |
bed:
bęt (Q078p Wellen),
bɛt (Q078p Wellen),
koebed:
kø̄bęt (Q078p Wellen)
|
[N 3A, 57a; JG 1a, 1b; A 33, 19b; monogr.]
I-11
|
| 17770 |
nagel |
nagel:
nèegel (Q078p Wellen)
|
[ZND 30 (1939)]
III-1-1
|
| 25410 |
nagels verwijderen |
tenen aftrekken:
tęjnǝ ǭftrēkǝ (Q078p Wellen),
uitwringen:
ǭtwręjŋǝ (Q078p Wellen)
|
De nagels worden meestal afgetrokken met de haak die aan de bovenkant van de krabber zit. Men kapt of snijdt ze ook wel af of wringt ze met de hand af. Alvorens de nagels te verwijderen houdt men ze in heet, zelfs kokend water. [N 28, 35; monogr.]
II-1
|