| 23670 |
noveen |
noveen (<lat.):
noveen (L386p Vlodrop)
|
Een negendaagse godsvruchtoefening, novene, noveen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 24903 |
ochtend (vanmorgen |
de tijdsduur van het aanbreken van de dag tot 12 uur s middags [morgend, morgen, voornoen, ochtend]:
smorges (L386p Vlodrop),
middag:
vərmədáág (L386p Vlodrop)
|
s morgens) [N 91 (1982)], [RND]
III-4-4
|
| 23936 |
octaaf |
octaaf (<fr.):
octaaf (L386p Vlodrop)
|
Een octaaf, periode van 8 dagen ter viering van een groot kerkelijk feest. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 24947 |
oever |
boord:
bath (L386p Vlodrop),
kant:
kant (L386p Vlodrop),
oever:
Opm. dit wordt ook gezegd.
over (L386p Vlodrop)
|
oever [DC 02 (1932)] || oever, zoom van het land aan elk van de beide zijden van het water van een rivier, meer enz [kant, wal] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 23408 |
offerblok |
offerblok:
offerblok (L386p Vlodrop),
offerstok:
offersjtok (L386p Vlodrop)
|
Het metalen (vroeger houten) kastje, aangebracht bij de kerkuitgan(en) en/of bij een heiligenbeeld, waarin men geld kan deponeren [godsblik, offerstok, offerblok, offerbus, offerkist?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 24900 |
ogenblikje, korte tijd, eventjes |
eventjes:
efkes (L386p Vlodrop),
poosje:
peuske (L386p Vlodrop)
|
een korte tijdsruimte [poosje, end, scheut, stoot, rek, kortje, hortje, kutske, rande] [N 91 (1982)] || ogenblikje [DC 03 (1934)]
III-4-4
|
| 33558 |
okkernoot |
noot:
-
noot (L386p Vlodrop)
|
okkernoot, vrucht van [DC 17 (1949)]
I-7
|
| 23227 |
oksaal |
oksaal:
oxaol (L386p Vlodrop)
|
Het oksaal, de galerij boven het kerkportaal, waar het orgel staat en het zangkoor zingt [oksaal oksaol, koor, zangerskoor, zangzolder?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 20547 |
olie |
olie:
aulig (L386p Vlodrop),
olig:
aolig (L386p Vlodrop)
|
olie; Hoe noemt U: De vette vloeistof die b.v. gebruikt wordt bij het aanmaken van sla of het braden van vlees (smout, olie) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 33745 |
omheinen |
afmaken:
āfmākǝ (L386p Vlodrop)
|
Iets omgeven met een omheining, meest van toepassing op een weiland. [N 14, 63; L 32, 45; A 25, 9; Gwn 16, 11; Vld.; monogr.]
I-8
|