| 29580 |
sierbord |
schouwtelder:
šǫwtɛldǝr (L270p Tegelen)
|
Sierbord voor op of boven de schoorsteenmantel. [monogr.]
II-8
|
| 18681 |
sierlijke omslagdoek |
franjeldoek:
franjeldook (L270p Tegelen),
neusdoek:
nuisdook (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
staatsieneusdoek:
[sic]
sjaatsienuisdook (L270p Tegelen)
|
omslagdoek, sierlijke ~ met franjes, thans nog wel in gebruik als kapstok- of tafelkleedje [draadjesneusdoek, fraanjeldook] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 20879 |
sigaar |
sigaar:
sigaar (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
het rolletje tabak, bestaande uit binnengoed, omblad en dekkertje (bedoeld wordt de sigaar) [N 58 (1973)]
III-2-3
|
| 20569 |
sigarenpijpje |
pijpje:
pĭĕpkə (L270p Tegelen)
|
sigaarhouder; Hoe noemt U: Pijpje waarin men een gedeeltelijk opgerookte sigaar steekt om hem helemaal op te kunnen roken (spit) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 28694 |
sikkel |
(het/de) kromme:
krom (L270p Tegelen),
sikkel:
sekǝl (L270p Tegelen)
|
Werktuig in de vorm van een halve cirkel met een korte steel dat gebruikt wordt om gras en soms ook wel graan te maaien. In Noord Ned. Limburg is herhaaldelijk opgemerkt: "zelden in handen van boeren ... het is een typisch vrouwengereedschap" (L 270). [N 11, 88; N 18, 79; JG 1a, 1b, 2c; A 4, 28 en 28a; A 14, 7 en 11; A 23, 16.2; L 20, 28; L 42, 46; L 45, 11; Lu 1, 16.2; NE 2, 1; Wi 51; monogr.; add. uit N Q, 11c]
I-5
|
| 28416 |
simplexkast |
simplex:
simplex (L270p Tegelen)
|
Een van de vele soorten bijenkasten. De Simplexkast is uitgerust met het zogenaamde Simplexraam, dat een breedte/lengte heeft van 356 mm en een hoogte van 216 mm. Ze kan enkel- of dubbelwandig zijn (De Roever, pag. 189). Het Simplexraam behoort tot de liggende groep van ramen. Ondanks de vele tekortkomingen, zoals een te klein vlieggat, te dun hout en een te klein dak, heeft de Simplexkast een enorme vlucht genomen meer door haar goedkoopte dan door kwaliteit. Aan de Engelse Simplexkast kleven die tekortkomingen minder. In Nederland heeft men nog een Verbeterde Simplex op de markt gebracht waarin de ergste gebreken van de Simplexkast zijn vermeden. [N 63, 9]
II-6
|
| 20791 |
sinaasappel |
appelesien:
appelesien (L270p Tegelen),
appelesién (L270p Tegelen)
|
sinaasappel [DC 48 (1973)]
III-2-3
|
| 33981 |
singel |
singel:
seŋǝl (L270p Tegelen)
|
Riem die het zadel op zijn plaats houdt. Hij is aan de zijkanten van het zadel vastgehecht en wordt onder de buik van het paard door middel van een gesp gesloten. [JG 1a, 1b; N 13, 72; monogr.]
I-10
|
| 33993 |
singel voor de paardedeken |
singel:
seŋǝl (L270p Tegelen)
|
Riem rond de buik van het paard die dient om de paardedeken op zijn plaats te houden. [N 13, 92]
I-10
|
| 23847 |
sint-hubertusbrood |
hubertusbrood:
hubertusbroeëd (L270p Tegelen)
|
Het brood dat op St. Hubertusdag gezegend en uitgereikt werd als afweer tegen hondsdolheid [Sint Hubertusbroeëd]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|