| 19532 |
schilmesje, aardappelmesje |
patattenmetsje:
petatte metske (L270p Tegelen),
petatte-metske (L270p Tegelen),
petattemetske (L270p Tegelen),
petattemetzke (L270p Tegelen)
|
mes waarmee aardappelen worden geschild [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 21086 |
schimmel |
schimmel:
sxømǝl (L270p Tegelen),
voesschimmel:
vussxømǝl (L270p Tegelen)
|
Paard met een geheel of overheersend witte of grijsachtige vacht. Naarmate de leeftijd vordert, neemt het wit toe; schimmels worden niet geboren, ze ontstaan mettertijd. De vosschimmel is wit met rode of bruinachtige vlekken. [JG 1a, 1b; N 8, 63a en 63b; S 31]
I-9
|
| 24491 |
schimmel (plantje) |
schimmel:
sjum’mel (L270p Tegelen)
|
schimmel, zwam
III-4-3
|
| 21244 |
schip |
schip:
sjeep (L270p Tegelen),
šep (L270p Tegelen)
|
schip [RND] || schip; de kapitein van het schip .... vroeger nog matroos geweest. [DC 45 (1970)]
III-3-1
|
| 21248 |
schipper |
schipper:
šipər (L270p Tegelen)
|
schipper [RND]
III-3-1
|
| 32855 |
schitbossen |
schijtbossen:
šīt˱bø̜s (L270p Tegelen),
schijthopen:
šīthø̜i̯p (L270p Tegelen)
|
Bossen van welig opschietend gras in de weide, op plaatsen waar koedrek heeft gelegen. De koeien laten deze bossen vaak staan; ze worden dan later in het seizoen afgemaaid. Overal is het meervoud opgenomen; behalve waar uitdrukkelijk anderszins aangegeven. [N 14, 85; N 14, 123 add.; monogr.]
I-3
|
| 18341 |
schoeisel |
t leer]:
sjoonwerk (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
vootgetouw (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
schoeisel, het geheel van schoenen, laarzen e.d. [voetgetöch [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18272 |
schoen: algemeen |
schoen:
sjoon (L270p Tegelen),
sjòon (L270p Tegelen),
sjóon (L270p Tegelen),
[´ : sleeptoon]
sjóon (L270p Tegelen)
|
schoen || schoen [skoewn, schoe, sjoe, schoon, sjoon] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18369 |
schoen: spotnamen |
bootje:
botjes (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
kistje:
kisjes (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen),
slijkschoen:
šliejksjoon (L270p Tegelen),
slijktrapper:
sjlìèjktrappers (L270p Tegelen),
šliejktrappers (L270p Tegelen),
trapper:
trappers (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
schoen: spotbenamingen [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18466 |
schoenborstel |
schoenborstel:
sjoonborsel (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
sjoonborstel (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
borstel; inventarisatie benamingen; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-1-3, III-2-1
|