| 21483 |
schafttijd |
koffietijd:
kofitīt (L270p Tegelen)
|
schafttijd [RND]
III-3-1
|
| 19129 |
schande |
schande:
sjang (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
schande || Schande [scha.nd]. [N 96D (1989)]
III-1-4, III-3-3
|
| 20696 |
schapenvet |
ongel:
Syst. Veldeke
oongel (L270p Tegelen),
óngel (L270p Tegelen),
Syst. WBD
ôngel (L270p Tegelen),
schaapsvet:
Syst. WBD
sjaopsvet (L270p Tegelen)
|
Schapevet (ongel?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 31910 |
scharnierbeitel |
fitsbeitel:
fets˱bęjtǝl (L270p Tegelen)
|
Hakbeitel waarvan heft en blad uit één stuk staal gesmeed zijn. Het beitelblad heeft aan de voorkant een zeer smalle, schuingeslepen zijde. De beitel wordt gebruikt voor het aanbrengen van smalle sleuven en gaten en vaak ook voor het inhakken van de sleuven voor scharnieren. Zie ook afb. 67. Een holte in een kozijn maken met behulp van de scharnierbeitel werd in Gronsveld (Q 193) infitsen (īnfetšǝ) genoemd. [N 53, 41-42; N G, 27b; monogr.]
II-12
|
| 34494 |
scharrelen |
scharren:
šorǝ (L270p Tegelen),
šęrǝ (L270p Tegelen)
|
De kippen dabben en scharren in de grond om wormen, insecten en dergelijke te vinden. [N 19, 61a; L 33, 20; monogr.]
I-12
|
| 19045 |
schaterlachen |
het uitschateren van het lachen:
⁄t éetsjatere van ⁄t lache (L270p Tegelen)
|
schaterlachen; inventarisatie gebruik [N 38 (1971)]
III-1-4
|
| 31807 |
schaven |
schaven:
šāvǝ (L270p Tegelen)
|
In het algemeen het hout bewerken met een schaaf. [N 53, 90; monogr.]
II-12
|
| 29494 |
schaver |
handhaver:
handhaver (L270p Tegelen)
|
Arbeider, die de aardewerkprodukten in droge, ongebakken toestand afwerkt. Tot zijn werkzaamheden behoren onder meer het schaven, zuiveren en opmaken van de voorwerpen. [N 49, 37b; monogr.]
II-8
|
| 29619 |
schavotten |
schavotten:
šāvǫtǝ (L270p Tegelen)
|
Houten etages, op ongeveer een schopzwaai afstand boven elkaar in de wand van de kleikuil geplaatst, waarlangs het zand en de klei trapsgewijze naar boven wordt gebracht. [monogr.]
II-8
|
| 17800 |
schede |
metsenschede:
metse-sjei (L270p Tegelen),
metsesjei (L270p Tegelen),
schede:
sjei (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
schede, lederen ~ waarin een mes wordt bewaard [N 20 (zj)]
III-2-1
|