| 23730 |
rozenkransmaand |
rozenkransmaand:
roeezekrantsmaond (L270p Tegelen)
|
De Rozenkransmaand (d.w.z. oktober). [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 20851 |
rozijnenbrood |
krentenweg met sucade:
steeds rozijnen en krenten gebruikt
krintewêk met sucade (L270p Tegelen),
pruimpjesweg:
prümkes-wèk (L270p Tegelen),
prümkeswêk (L270p Tegelen),
pruimpjesweg met sucade:
steeds rozijnen en krenten gebruikt
prümkeswêk met sucade (L270p Tegelen),
rozijnenweg:
rezienewêgk (L270p Tegelen)
|
brood, waarin rozijnen gebakken worden [N 29 (1967)] || rozijnenbrood || wittebrood met krenten, rozijnen (en eventueel sucade) [DC 053A (1978)]
III-2-3
|
| 17767 |
rug |
rug:
rø̜q (L270p Tegelen)
|
Zie afbeelding 2.29. [JG 1a, 1b; N 8, 12]
I-9
|
| 32882 |
rug van het blad van de zeis |
rug:
rø̜q (L270p Tegelen)
|
De opstaande stevige rand aan de buitenzijde van het blad van de zeis. Zie afbeelding 5, nummer 5. [N 18, 68e; JG 1a, 1b]
I-3
|
| 19404 |
rug van het lemmer |
rug:
rök (L270p Tegelen)
|
De niet-scherpe zijde van een mes (rug, botte kant) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 29078 |
rugband |
bandje:
bęntjǝ (L270p Tegelen)
|
De band achter in de (driedelige) rug van een colbert. Vergelijk de lemmata ɛplatstukɛ en ɛjukstukɛ.' [N 59, 92]
II-7
|
| 17640 |
ruggengraat |
ruggengraat:
ruggegroat (L270p Tegelen),
röggegraot (L270p Tegelen),
ruggenstrang:
ruggestrang (L270p Tegelen),
rugstrang:
rukstrank (L270p Tegelen),
rögksjtrangk (L270p Tegelen),
röksjtrank (L270p Tegelen)
|
rug: ruggegraat [ruggestrang, ruggegraat] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 17641 |
ruggenwervel |
welver:
wölver (L270p Tegelen),
wervel:
wervel (L270p Tegelen),
wörvel (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
[N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 33989 |
rugnet |
vliegengaren:
[vliegengaren] (L270p Tegelen)
|
Vliegennet dat over de rug van het paard wordt gehangen. Een groot aantal opgaven zijn benamingen voor het vliegennet in het algemeen. Zie voor de fonetische documentatie het lemma Vliegennet [JG 1a; N 13, 83c]
I-10
|
| 29074 |
rugvoeringplooi |
ruimteplooi:
rymtǝplūj (L270p Tegelen)
|
Plooi in de voering in de middenrugnaad. [N 59, 119]
II-7
|