| 21474 |
rijkswachter |
scheldarm:
sjelderm (L270p Tegelen)
|
Gendarme.
III-3-1
|
| 20816 |
rijp |
rijp:
rīēp (L270p Tegelen)
|
rijp [RND]
III-2-3
|
| 25187 |
rijp vormen, rijpen |
rijmen:
reime (L270p Tegelen),
rijpen:
Nb. (z. korte "ie").
’t haet geriept (L270p Tegelen),
rouwvorsten:
rouwvorsten (L270p Tegelen)
|
vriezen zodanig dat zich rijm op de bomen vormt [rouwvorsten, rijmen] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 25186 |
rijp, rijmx |
ijzel:
iessel (L270p Tegelen),
rijm:
rijm (L270p Tegelen),
rijp:
riep (L270p Tegelen),
rouwvorst:
rouvorst (L270p Tegelen),
rówvors (L270p Tegelen)
|
rijm, bevroren dauw of nevel die zich afzet op de takken [waterrijm, roevros] [N 22 (1963)] || rijp, rijm [DC 48 (1973)]
III-4-4
|
| 33509 |
rijshout, bonenstaak |
bonenstaak:
boënesjtáak (L270p Tegelen),
rijs:
riezer (pl) (L270p Tegelen),
staak:
staak (L270p Tegelen)
|
bonenstok || Erwtenrijzers, twijgen waartegen bepaalde erwten groeien [N P (1966)]
I-7
|
| 25584 |
rijskast |
rijskast:
rīskas (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
De kast - meestal een onderdeel van een (modernere) oven - waarin de narijs plaatsvindt. Vraag N29, 39a ("Waar vindt deze narijs plaats?") is door de verschillende antwoorden in verschillende lemmata gesplitst. Algemene benamingen als bakkerij (in L 270, 292, 372, 377, 383, Q 99*, 121e, 198b), een warme plaats (in L 318b, 414) een keuken (in Q 28), het bakhuis (in Q 3, 121c), bakker (L 250), onder een zak (Q 121), tussen deegkleedjes (Q 20) zijn niet fonetisch gedocumenteerd. [N 29, 39a; N 29, 37] || De kast waarin de bolrijs plaatsvindt. In vraag N 29, 35b werd gevraagd in het algemeen waar de bolrijs geschiedde. Het gevolg was een aantal opgaven dat een algemene plaatsaanduiding inhield. Zo gaf men voor de "plaats van de bolrijs" benamingen op als bakkerij (in K 314, L 270, Q 198b), bakhuis (in Q 3, 28, 121, en Q 191), verwarmd vertrek (in Q 30) of warme plaats bij de oven of het fornuis (in L 414, L 318b en L 321), tussen of op meelzakken (in L 331 en L 432) of op hortjes (in Q 112). Deze benamingen zijn niet fonetisch gedocumenteerd. [N 29, 35b; N 29, 35a; N 29, 105e]
II-1
|
| 20817 |
rijst |
rijst:
riés (L270p Tegelen)
|
rijst
III-2-3
|
| 20603 |
rijstebrij |
rijstepap:
Syst. Veldeke
riestepap (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
Syst. WBD
riestepap (L270p Tegelen),
rie’stepap (L270p Tegelen),
rīēstepap (L270p Tegelen)
|
Rijstebrij (pötjesbulling?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 20737 |
rijstevlaai |
rijstevlaai:
Syst. Veldeke
riesteflaai (L270p Tegelen),
riestevlaaj (L270p Tegelen),
Syst. WBD
rieestevlaaj (L270p Tegelen),
rie‧steflaaj (L270p Tegelen),
rīēsteflaaj (L270p Tegelen)
|
Vla bedekt met spijs van rijst [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 21032 |
rijzen |
rijzen:
rīzǝ (L270p Tegelen)
|
[N 29, 25b; monogr.]
II-1
|