| 25408 |
oorkernen verwijderen |
gehoor uitsnijden:
gehoor uitsnijden (L270p Tegelen)
|
Met een scherp gepunt mes wordt het inwendige van het oor uitgesneden. [N 28, 69]
II-1
|
| 24868 |
oot |
moerhaver:
-
moo:r-haver (L270p Tegelen),
zwarte haver:
-
zwarte haver (L270p Tegelen)
|
oot [wilde haver] [DC 30 (1958)]
III-4-3
|
| 33293 |
oot, wilde haver |
moederhaver:
mōrhāvǝr (L270p Tegelen),
zwarte haver:
zwarte haver (L270p Tegelen)
|
Avena fatua L. Een vrij algemeen voorkomend lastig onkruid op bouwland, in korenvelden en wegbermen, dat er haverachtig uitziet met een wijde, pluimvormige aar. Het bloeit van juni tot augustus. De lengte varieert van 60 tot 120 cm. Vergelijk lemma Evene in WLD.I, afl. 4. [A 30, 2; A 60A, 81; L 49, 2; monogr.; add. uit JG 1a, 1b]
I-5
|
| 23198 |
op bedevaart gaan |
bedevaart gaan:
baevaart gaon (L270p Tegelen),
een bedevaart doen:
ein bèjevaart dôôn (L270p Tegelen),
en baedevaart doon (L270p Tegelen),
op bedevaart gaan:
op bedevaart gaon (L270p Tegelen),
op bèèvert gaon (L270p Tegelen),
op bééjvaart gaon (L270p Tegelen),
te bedevaart gaan:
te baevaart gaon (L270p Tegelen),
ter bedevaart gaan:
ter baevaart gaon (L270p Tegelen),
ter beijvaart gaon (L270p Tegelen)
|
Bedevaart doen [ne gank doon]. [N 06 (1960)]
III-3-3
|
| 25358 |
op de borrel gaan |
bloeddrupje:
blōtdrø̜pkǝ (L270p Tegelen),
op het bloeddrupje komen:
ǫp ǝt blōtdrø̜pkǝ komǝ (L270p Tegelen),
schatten:
šatǝ (L270p Tegelen)
|
Voordat een varken geslacht wordt, komen de buren het prijzen in de hoop op een borrel te worden getrakteerd. Ook komt het voor dat dit gebeurt, als het varken gedood is. Soms blijven de inspanningen die men zich voor de borrel moet getroosten beperkt tot wat prijzende woorden, soms helpt men even mee het varken op de grond te trekken of het dier vast te houden, zodat de slachter het de keel kan doorsnijden. [N 28, 4]
II-1
|
| 25564 |
op de juiste temperatuur |
juiste temperatuur:
jystǝ tɛmpǝratø̄r (L270p Tegelen)
|
Gezegd van gerezen deeg. Het vocht in het deeg is de warmtebron. Door het vocht te verwarmen brengt men het deeg op de juiste temperatuur. De goede temperatuur is van groot belang voor de kwaliteit van het produkt. Te warme degen zullen droog brood geven, dat spoedig kruimelig wordt, terwijl te koude degen een brood opleveren dat klein van stuk en wreed van scheuring is (Schoep blz. 95). Volgens de informanten van K 359, L 270, en Q 121e was eertijds het bepalen van de juiste temperatuur een kwestie van aanvoelen of voelen met de handen. De goede temperatuur zou volgens de informant van L 269a zijn ¬± 28¬∞C. In dit lemma komen verschillende grammaticale categorieën voor. [N 29, 28b; monogr.]
II-1
|
| 17935 |
op de loop gaan |
hem smeren:
B.v. ich sjmaer m.
sjmaere (L270p Tegelen),
vliegen:
i.e. hij gaat ervandoor.
vlege (L270p Tegelen),
zich uit de voeten maken:
hae makde det r oet de veut kwaam (L270p Tegelen)
|
lopen, gaan; inventarisatie uitdrukkingen; betekenis/uitspraak [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 21692 |
op de markt verkopen |
markten:
mèr-te (L270p Tegelen)
|
verkopen, goederen op de markt gaan ~ [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 17966 |
op de schouder zitten |
op de pokkel zitten:
beej pap op de poekel zitte (L270p Tegelen),
op de poekel zette (L270p Tegelen),
op de rug zitten:
bij vader op de rögk zitte (L270p Tegelen),
pokkelen:
poekele (L270p Tegelen)
|
rug: op de rug zitten [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 17949 |
op de tenen lopen |
eierentreden:
eiertrèèje (L270p Tegelen),
op de tenen lopen:
op `e tiên loupe (L270p Tegelen),
op de tieene loupe (L270p Tegelen),
op zijn tenen lopen:
op zien tie.ne laupe (L270p Tegelen)
|
lopen: op zijn tenen lopen [op zn vurvoete] [N 10 (1961)]
III-1-2
|