| 29056 |
omslag |
omslag:
ømšlāx (L270p Tegelen)
|
Omgebogen of overgeslagen boord van de dakpan. De omslag aan de pan buigen noemde men in L 270: de omslag deraan strijken (d\n ømēlāx˱ d\rān ētrī̄k\). [monogr.]
II-8
|
| 18188 |
omslagdoek (alg.) |
neusdoek:
nuisdook (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen,
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
omslagdoek || schouderdoek, wollen ~ of omslagdoek, soms ook wel over het hoofd gedragen [neus-, nuisdook, nuizek, nuzzing, plak, plaggen, sjelon, falie] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18708 |
omslagdoek onder mantel of jak |
sjaal:
sjaal (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
omslagdoek die onder mantel of jak wordt gedragen [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18715 |
omslagdoek over mantel of jak |
sjaal:
sjaal (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
omslagdoek die over mantel of jak wordt gedragen [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 33651 |
omwalde akker |
kamp:
kamp (L270p Tegelen)
|
Een akker welke omsloten is door een akkerwal, een brede gracht of door bossen. [N 11, 2e; N 11, 2f; N 27, 3b; A 10, 4; monogr.]
I-8
|
| 34211 |
omweiden |
omweiden:
ø̜mwɛi̯ǝ (L270p Tegelen),
verweiden:
vǝrwɛi̯ǝ (L270p Tegelen)
|
Het geregeld verplaatsen van vee. [N 3A, 11; monogr.]
I-11
|
| 25087 |
onbelangrijk |
weinig:
weinig (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
wienig (L270p Tegelen),
wiënig (L270p Tegelen)
|
weinig [DC 39 (1965)]
III-4-4
|
| 21441 |
onbetrouwbare koopman |
slechte betaler:
⁄ne sjlegte betaler (L270p Tegelen),
windhandelaar:
Opm. betekent: windhandelaar?).
eine wingkhandelaer (L270p Tegelen)
|
Inventarisatie uitdrukkingen voor: scheldwoorden of misprijzende woorden kent uw dialect voor een weinig koopkrachtig en onbetrouwbaar koopman [kremmer, toesser, ruilebuiter, voorsnijer?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 25149 |
onbewolkt |
klaar:
klaor (L270p Tegelen)
|
wolkenloos, zonder wolken, gezegd van de lucht [uitgekeerd, uitgeklaard, klaar] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 34608 |
onderbak |
schommelbak:
šomǝlbak (L270p Tegelen)
|
Onder de kar opgehangen laadvloertje. [N 17, 86]
I-13
|