| 20547 |
olie |
lijnzaadsolie:
leezes-aolie (L270p Tegelen),
vroeger gebruikt bij bakken of braden
leezes-aolie (L270p Tegelen),
olie:
aolie (L270p Tegelen),
ao’lie (L270p Tegelen),
zoete olie:
zeuten-aolie (L270p Tegelen)
|
lijnolie || olie || olie, uit raapzaad gewonnen || olie; Hoe noemt U: De vette vloeistof die b.v. gebruikt wordt bij het aanmaken van sla of het braden van vlees (smout, olie) [N 80 (1980)] || raapolie
III-2-3
|
| 20701 |
oliebol |
nonnenvot:
Syst. WBD
nonnevot (L270p Tegelen),
oliebol:
Syst. Veldeke
aoliebol (L270p Tegelen),
aolieböl (L270p Tegelen),
olieböl (L270p Tegelen),
Syst. WBD
aoliebol (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
òlieböl (L270p Tegelen)
|
In raapolie gebakken ronde koek van meel, krenten en eieren (oliekoek?) [N 16 (1962)] || Oliebol (nonnevot?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 20759 |
oliekoek |
krentenkoek:
Syst. WBD
krintekòk (L270p Tegelen),
oliekoek:
Syst. Veldeke
aoliekook (L270p Tegelen)
|
In raapolie gebakken ronde koek van meel, krenten en eieren (oliekoek?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 19546 |
olielamp |
olielamp:
ǭlilamp (L270p Tegelen)
|
De olielamp die tijdens het inzetten in de oven werd geplaatst. [monogr.]
II-8
|
| 29086 |
omboorden |
boorden:
bø̄rǝ (L270p Tegelen)
|
Omboorden in het algemeen oftewel het insluiten van een rafelkant met een enkele of dubbele bies en in het bijzonder het met en lint afzetten van een colbert. [N 59, 86; N 62, 17; MW]
II-7
|
| 33745 |
omheinen |
afmaken:
āfmākǝ (L270p Tegelen),
afrasteren:
āfrastǝrǝ (L270p Tegelen)
|
Iets omgeven met een omheining, meest van toepassing op een weiland. [N 14, 63; L 32, 45; A 25, 9; Gwn 16, 11; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 19711 |
omheining |
tuin:
tūn (L270p Tegelen),
tūǝn (L270p Tegelen)
|
De omheining in het algemeen. [N 14, 62; N 14, 67; S 11, 13; L 19B, 5a; A 25, 5; RND 8, 20; Gwn 16, 11; monogr.]
I-8
|
| 23479 |
omheining van het kerkhof |
kerkhofmuur:
kerkhaofmoer (L270p Tegelen),
muur om het kerkhof:
de moer um et kerkhoof (L270p Tegelen),
muur van het kerkhof:
de moeer van et kerkhaof (L270p Tegelen)
|
De muur, de omheining van het kerkhof [toen, toun, tuun?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 33792 |
omhulsel van het teellid |
koker:
kǭkǝr (L270p Tegelen)
|
Schede van de roede. [JG, 1b; N 8, 36 en 37b]
I-9
|
| 25652 |
omkeren |
keren:
kīrǝ (L270p Tegelen),
omdraaien:
ømdręjǝ (L270p Tegelen)
|
Kadetjes of andere broodjes omdraaien tijdens de rijsperiode. De informant van L 312 merkt op dat "kappen" is een gleuf maken in de kadetjes. [N 29, 96a; monogr.]
II-1
|