| 18608 |
nachtjapon |
bedjak:
(vroeger)
bêdjak (L270p Tegelen),
nachtpon:
nach-pôn (L270p Tegelen)
|
nachtjapon [nachtpon, bedjak, nachtjak, jak] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 23772 |
nachtmis |
nachtmis:
nachmis (L270p Tegelen)
|
De mis die snachts wordt gedaan, nachtmis. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 18660 |
nachtpak |
hansop:
Van Dale: hansop, 2) wijd kledingstuk, gelijkende op de kleding der hansworsten, soort van overall, m.n. als nachtgewaad voor kinderen. vgl. WNT hanssop -hansop. 4) Bij overdracht. Naam voor een kleedingstuk (als nachtgewaad voor kinderen nog in gebruik), gelijkende op het gewaad van den hanssop, en bestaande uit lijf en broek met lange pijpen aan één stuk.
hansop (L270p Tegelen)
|
nachtpak, overall-achtig ~ met een klep aan de achterkant [hansop] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 24394 |
nachtvlinder |
beduil:
bêd’uul (L270p Tegelen)
|
nachtvlinder
III-4-2
|
| 24214 |
nachtzwaluw |
geitenmelker:
geitemèlker (L270p Tegelen)
|
nachtzwaluw
III-4-1
|
| 20138 |
nageboorte |
nageboorte:
naogebaorte (L270p Tegelen)
|
menselijke nageboorte [N 10C (zj)]
III-2-2
|
| 34179 |
nageboorte van de koe |
bocht:
box (L270p Tegelen),
nageboorte:
nǭgǝbǭrtǝ (L270p Tegelen)
|
[N 3A, 57a; JG 1a, 1b; A 33, 19b; monogr.]
I-11
|
| 33881 |
nageboorte van het paard |
bocht:
bōx (L270p Tegelen),
lichter:
lęxtǝr (L270p Tegelen)
|
Moederkoek die na de geboorte van het veulen afkomt. [A 33, 19a; N 8, 54 en 55]
I-9
|
| 25410 |
nagels verwijderen |
nagels aftrekken:
nē̜gǝl āftrɛkǝ (L270p Tegelen),
schoen(en) uittrekken:
šō.n ū.ttrękǝ (L270p Tegelen)
|
De nagels worden meestal afgetrokken met de haak die aan de bovenkant van de krabber zit. Men kapt of snijdt ze ook wel af of wringt ze met de hand af. Alvorens de nagels te verwijderen houdt men ze in heet, zelfs kokend water. [N 28, 35; monogr.]
II-1
|
| 25392 |
nagieten |
afkoelen:
ā.fkø̄lǝ (L270p Tegelen),
afspoelen:
āfšpø̄lǝ (L270p Tegelen)
|
Nadat de haren afgekrabd zijn, wordt het dier met koud water afgespoeld; enerzijds om achtergebleven haren en eventueel vuil te verwijderen, anderzijds om het nascheren gemakkelijker te maken. [N 28, 26]
II-1
|