| 18184 |
naakt |
naaks:
neks (L270p Tegelen)
|
naakt
III-1-3
|
| 26113 |
naald |
naald:
nǭlt (L270p Tegelen)
|
De naald is een draad gehard staal, voorzien aan de ene zijde van een spitse punt en aan de andere zijde van een oog om de draad door te steken. De kleermaker of naaister gebruikt ze om te naaien, te stoppen of te borduren. Men kent naalden in verschillende lengtes en diktes. De keuze van de naald hangt af van het beoogde doel, de draad en dikte van de draad en de dikte van de stof (Gerritse, pag. 26 en 27). [N 59, 11a; N 62, 49a; N 62, 49c; L 5, 2; L 8, 29; L B1, 76; Gi 1.IV, 13a; MW; Wi 6; S 25; monogr.]
II-7
|
| 23529 |
naar de mis gaan |
naar de kerk gaan:
nao de kerk gaon (L270p Tegelen),
naar de mis gaan:
nao de mis gaon (L270p Tegelen)
|
De mis bijwonen, de mis horen [mès huëre, mès bèèje?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 17848 |
naar huis gaan |
naar huis gaan:
nao hoes gaon (L270p Tegelen),
no: hu:s go:n (L270p Tegelen),
noa hūs gōān (L270p Tegelen)
|
naar huis gaan [DC 03 (1934)]
III-1-2
|
| 34013 |
naar links |
haar:
hār (L270p Tegelen),
haar-op:
hār ǫp (L270p Tegelen)
|
Voermansroep om het paard naar links te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95 c, 95d en 96; L 1 a-m; L B 2, 255; L 26, 2; L 36, 81c; S 12; monogr.]
I-10
|
| 34014 |
naar rechts |
hot:
hǫt (L270p Tegelen),
hot-op:
hǫt ǫp (L270p Tegelen)
|
Voermansroep om het paard naar rechts te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95a en 96; L 1 a-m; L B 2, 256; L 26, 2; L 36, 81d; S 12; monogr.]
I-10
|
| 23948 |
naaste |
nabuur:
naobere (L270p Tegelen)
|
Je/uw naaste, evennaaste, evenmens [naoste, nôste, èèvemins]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 25351 |
naasten |
benaderen:
bǝnādǝrǝ (L270p Tegelen)
|
Als bij controle blijkt dat het gewicht van het te slachten dier niet juist, d.w.z. te laag door de eigenaar is opgegeven bij de belastingdienst, mogen de kommiezen de waarde van het overwicht zelf houden. Volgens de informant van L 321 hangt dit naasten van de te lage prijs af en niet van het gewicht. [N 28, 3]
II-1
|
| 23725 |
nabidden |
nabeden:
naobeeje (L270p Tegelen)
|
Nabidden, d.w.z. antwoorden bij het bidden, de tweede helft van een gebed bidden. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18609 |
nachthemd |
nachthemd:
nach-hemp (L270p Tegelen)
|
nachthemd [N 25 (1964)]
III-1-3
|