| 25545 |
mengmachine voor deeg |
mengmachine:
meŋmǝšin (L270p Tegelen),
meŋmǝšīn (L270p Tegelen)
|
Door deze machine enkele minuten te laten draaien mengt men de verschillende soorten bloem. [N 29, 103]
II-1
|
| 33072 |
menneke, binnenste deel van het hok |
kruis:
kryts (L270p Tegelen)
|
Het groepje van boven aaneengebonden schoven die in het midden van een hok staan. Kruis heeft wel betrekking op de werkwijze de middelste vier schoven, waar de andere schoven omheen staan, in een kruisvorm te zetten. Deze vier schoven worden niet overal aan elkaar gebonden. Zie afbeelding 7. [N 15, 32a; JG 1d, 2d; Goossens 1963, krt. 37; monogr.]
I-4
|
| 20149 |
mens (alg.) |
mens:
ook voor man en vrouw; soms minachtend, doch dan Duitse invloed
mĭns (L270p Tegelen),
ook voor man en vrouw; zowel geringachting als sympathiek medelijden
mins (L270p Tegelen)
|
mens; wordt mensch gebruikt in de betekenis van man? Spreekt een vrouw b.v. van mn mensch?, wanneer ze haar man bedoelt? Komt het mensch voor in de betekenis van vrouw? En bedoelt men met die zegswijze alleen geringachting of ook sympathiek medelijden? [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20470 |
menstruatie |
regels:
regels (L270p Tegelen),
verandering:
verangering (L270p Tegelen)
|
menstruatie [verandering, reegels] [N 10C (zj)]
III-2-2
|
| 24212 |
merel |
melder:
mael’der (L270p Tegelen),
maildər (L270p Tegelen),
mélder (L270p Tegelen),
merel:
maerel (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
mèrel (L270p Tegelen),
zanglijster:
zang-liester (L270p Tegelen)
|
Hoe heet de merel? [DC 06 (1938)] || merel [DC 50b (1975)]
III-4-1
|
| 17563 |
merg |
merg:
merch (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
merg (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen,
L270p Tegelen),
mergbeen:
mergbein (L270p Tegelen)
|
[N 10a (1961)]Beenmerg. Hoe noemt men in uw dialect de zachte en vette substantie, die de holte van de beenderen vult ? (Alg. Ned.: merg) [DC 42B (1967)]
III-1-1
|
| 30153 |
mergelblok |
mergelblok:
męlǝgǝrblǫk (L270p Tegelen
[(idem)]
)
|
Mergel is zandsteen met leem en kalk als bindmiddel. Men onderscheidt mergelaarde en mergelsteen. De eerste soort wordt toegepast bij het vruchtbaarmaken van landbouwgrond. De laatstgenoemde wordt, in rechthoekige of vierkante blokken gezaagd, vooral in het zuiden van het onderzoeksgebied gebruikt bij de bouw van huizen of als sierlaag in baksteenmetselwerk. Mergelsteen kan met een mes zeer gemakkelijk bewerkt worden maar is toch tamelijk duurzaam omdat ze onder invloed van het weer vaster wordt. Een van de beste soorten is de Sibbersteen uit de groeven van Valkenburg. [N 30, 55b; N 30, 56; monogr.]
II-9
|
| 30023 |
mergelkalk |
kalk:
kalǝk (L270p Tegelen),
mergelkalk:
męlǝgǝrkalǝk (L270p Tegelen)
|
Kalksoort die wordt verkregen door mergelsteen in een kalkoven te branden. Van Keirsbilck merkt op pag. 180 over de mergelkalk op: ø̄De mergelkalk heet ook 'leemmergel', als er veel leem in aanwezig is. Om hare mindere deugd, in vergelijking van andere kalksoorten, wordt zij weinig of niet gebruikt.ø̄ Het woordtype 'hydrauliekse kalk' (P 176) is een leenvertaling van het Franse 'mortier hydraulique', ø̄waterkalk, kalk die zonder toevoeging van vreemde bestanddelen in korte tijd onder water verhardtø̄. [N 30, 28c; monogr.]
II-9
|
| 33548 |
mergkool |
mergkool:
mergkoeəl (L270p Tegelen)
|
[N 12A (1965)]
I-7
|
| 25346 |
merken |
stempelen:
štɛmpǝlǝ (L270p Tegelen)
|
Het rund merken ten teken dat het bij de belastingdienst is aangegeven. [N 28, 2]
II-1
|