| 34346 |
melkgift van de zeug |
gezuiks:
gǝzuks (L270p Tegelen),
zog:
zǭx (L270p Tegelen)
|
[N 19, 20]
I-12
|
| 19514 |
melkkannetje |
melkkannetje:
mĕlkkenke (L270p Tegelen),
mèlkkenke (L270p Tegelen),
mêlk-kènke (L270p Tegelen),
melkpotje:
melkpötje (L270p Tegelen),
mêlkpötje (L270p Tegelen)
|
melkkannetje waaruit men aan tafel melk schenkt [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 34568 |
melkkar |
melkkar:
męlǝkkɛr (L270p Tegelen)
|
Kar om melkbussen van meerdere boeren van en naar de fabriek te brengen. Het was meestal een lange kar met een groot bodemoppervlak en lage zij-, voor- en achterplanken. [N 17, 15; N G 51; monogr.]
I-13
|
| 34129 |
melkkoe |
melkkoe:
mɛlku (L270p Tegelen),
melktype:
mɛlktip (L270p Tegelen)
|
Koe die geschikt is voor melkproductie. [N 3A, 148]
I-11
|
| 29575 |
melkpot |
melkbaar:
mɛlǝk˱bār (L270p Tegelen)
|
Aarden pot om melk in te bewaren. In L 270 kende men melkpotten met een inhoud van 3 √† 4 liter (kwārts) en van ca 2 liter (halfs). [L 32, 15a; monogr.]
II-8
|
| 34098 |
melkspiegel |
melkspiegel:
mɛlkšpēgǝl (L270p Tegelen)
|
Plaats achter de uier waar de haren in de verkeerde richting liggen. [N 3A, 118d]
I-11
|
| 34227 |
melkstoeltje |
melkstoel:
mɛlkštōl (L270p Tegelen),
melkstoeltje:
mɛlkstø̄lkǝ (L270p Tegelen),
mɛlkštølkǝ (L270p Tegelen)
|
Houten krukje met drie of vier poten waarop men zit bij het melken van de koeien. Zie afbeelding 10. [A 9, 13; A 42, 18a; JG 1d; monogr.]
I-11
|
| 17624 |
melktanden |
melktanden:
mèlkteng (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
melktandjes:
maelktendjes (L270p Tegelen),
milkténdjes (L270p Tegelen),
mèlktaendjes (L270p Tegelen)
|
melktanden [zuiktande, zeuktaant, mammetandjes] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 19137 |
menen |
menen:
mei’ne (L270p Tegelen)
|
menen, bedoelen
III-1-4
|
| 25544 |
menggereedschap |
deegschup:
dęjxšø̜p (L270p Tegelen)
|
De houten schop of ander gereedschap, gebruikt bij het mengen van de bloem. Meestal gaat het om een houten schep of een niet al te grote houten schop van uiteenlopende vorm. De informant van Q 97 vermeldt dat de "spatel" een ovaalvormig blad heeft en een dikke ronde steel. Verschillende informanten (L 270, 318b, Q 193) zeggen dat het mengen met de hand gebeurt. Zie afb. 16. [N 29, 18b]
II-1
|