| 34493 |
kloeken |
kloeken:
klukǝ (L270p Tegelen)
|
Geluid voortbrengen, gezegd van een broedse kip. [N 19, 47; monogr.]
I-12
|
| 20950 |
klokhuis |
kroos:
kroës (L270p Tegelen)
|
klokhuis van appel of peer
III-2-3
|
| 24651 |
klokje (alg.) |
pispotje:
pisɛpötjes (L270p Tegelen)
|
grasklokje
III-4-3
|
| 23299 |
klokje op het priesterkoor |
bel:
beel (L270p Tegelen),
bel (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
Het klokje, de grote bel of de gong op het priesterkoor, waarmee het begin en het einde van de dienst wordt aangegeven. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23450 |
klokkenstoel |
klokkenstoel:
klokkestool (L270p Tegelen)
|
De stellage, het toestel waarin de klok hangt [klokkegalg, klokkestoel]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23463 |
klokkentouw |
klokkentouw:
klokketouw (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
Het touw om de klok te luiden [klokketouw, klokkereep, klokkezeel?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 18230 |
klomp |
klomp:
klo.mp (L270p Tegelen),
klŏmp (L270p Tegelen),
klŏmpe (L270p Tegelen),
klŏmpə (L270p Tegelen),
klump (L270p Tegelen),
klômp (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
ənne klōmp (L270p Tegelen)
|
Hoe noemt men de hiernaast afgebeelde houten voetbekleedsels ? (klompen) [DC 15 (1947)] || Hoe noemt mn een enkele van deze voetbekleedsels ? [DC 15 (1947)] || In het algemeen de benaming voor schoeisel dat is vervaardigd uit een uitgehold stuk hout. Er bestaan verschillende soorten klompen. Zie ook de lemmata ɛhoge klompɛ, ɛlage klompɛ etc.' [N 24, 70a; N 86, 46; A 15, 31b; L 36, 38; monogr.] || klomp (Frans: sabot) [klomp, blok] [N 24 (1964)]
II-12, III-1-3
|
| 18755 |
klomp (toel.) |
kapklomp:
Deze werden eertijds vaak s zondags gedragen.
kapklômpe (L270p Tegelen),
steekklomp:
Met deze klomp dreef men bij het ouderwetse kleidelven met een forse trap de steekschop in de kleilaag.
sjtaekklômp (L270p Tegelen)
|
betere uitvoering van klompen, gewoonlijk zwart gelakt, met een leren, met vilt gevoerde kap || speciale klomp met platte zool, dus zonder hak, aan de onderzijde voorzien van een zware ijzeren plaat
III-1-3
|
| 32457 |
klomp van populierehout |
zandwijdenklomp:
zaŋkwijǝ klomp (L270p Tegelen)
|
Klomp die is vervaardigd uit het hout van de populier, en dan met name van de Canadese populier. De zandwijdenklomp was volgens het Tegels woordenboek (pag. 132) van canadahout gemaakt. [N 97, 151; monogr.]
II-12
|
| 29628 |
klompen |
steekklompen:
štē̜kklompǝ (L270p Tegelen)
|
Klompen, meestal beslagen met een stuk leer of blik. De steekklompen waren speciale klompen met platte zool, die aan de onderzijde waren voorzien van een zware ijzeren plaat. Met deze klompen dreef men bij het ouderwetse kleidelven met een forse trap de steekschop in de kleilaag - Tegels Dialek, pag 119. [monogr.]
II-8
|