| 18049 |
huidschilfers |
schilfers:
sjchilvers (L270p Tegelen),
sjielvers (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
schurft:
schurf op ⁄t vel (L270p Tegelen)
|
schilfers op de huid [blusters] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 34618 |
huif van de huifkar |
huif:
hūf (L270p Tegelen)
|
Kap van de huifkar. Deze kap wordt over hoepels getrokken, die vooraf op een hooikar gezet worden. [N 17, 10b; S 15; Wi 17; L 27, 32; L 1a-m; monogr]
I-13
|
| 18647 |
huifkar |
bolderwagel:
bǫldǝrwāgǝl (L270p Tegelen),
huifkar:
hufkɛr (L270p Tegelen)
|
Benaming voor een hoogkar waarop men een huif gezet heeft, zodat de kar voor personenvervoer gebruikt kon worden (bijv. bij kerk- en marktbezoek). Soms werd de huifkar ook voor vrachtvervoer, bijv. van meel, gebruikt. Zie ook het lemma molenkar in wld II.3. De huif was een linnen doek die over houten hoepels gespannen werd. Deze hoepels werden op hun beurt tegen de zijkanten van de kar bevestigd. Bovendien hing men aan de kar een trede, die het instappen vergemakkelijkte. [N 17, 10a + 15; N G, 51; JG 1a; S 15; L 27, 33; L 1a-m; R 3, 61; monogr.]
I-13
|
| 18876 |
huilen |
grijnzen:
grei’ze (L270p Tegelen),
zumpen:
cf. VD s.v. "sumpen"(gew.) huilen, pruilen
zum’pe (L270p Tegelen)
|
wenen, schreien
III-1-4
|
| 19693 |
huis, woning |
huis:
hū.s (L270p Tegelen),
kruipgat:
krū.p˃gā.t (L270p Tegelen)
|
huis || zeer bekrompen behuizing
III-2-1
|
| 24533 |
huislook |
look:
-
louk (L270p Tegelen)
|
donderblad, huislook [DC 46 (1971)]
III-4-3
|
| 24172 |
huismus, mus |
goot-officier:
spottend?
gäot’-offeseer (L270p Tegelen),
huismus:
(hoes)mös (L270p Tegelen),
hóes’mös (L270p Tegelen),
korenrakker:
kòòrrakker (L270p Tegelen),
Str.
kaor’rakker (L270p Tegelen),
mus:
moets (L270p Tegelen),
mūts (L270p Tegelen),
moetskop"is de matkop (vogelsoort)
moets (L270p Tegelen),
mv.
moetse (L270p Tegelen),
musse (L270p Tegelen),
Strous ea van moetskop, zwartkopje
moets (L270p Tegelen)
|
Hoe heet de huismusch? [DC 06 (1938)] || huismus || mus
III-4-1
|
| 33609 |
huisweide |
bleek:
bleͅi̯k (L270p Tegelen),
groes:
grōs (L270p Tegelen)
|
I-7
|
| 23732 |
huiszegen |
huiszegen:
hoeeszege (L270p Tegelen)
|
De Huiszegen, d.w.z. een ingelijste afbeelding van O.L. Heer aan het kruis, waaronder enkele gebeden, of een tekstplaat in sierschrift, waarop een gebed over huis en bewoners of een uit Rome ontvangen plaat waarop de afbeelding van de paus, vermelding van [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23754 |
huiszegening |
huiszegening:
hoeeszegening (L270p Tegelen)
|
De huiszegening op Driekoningen of op Paaszaterdag. [N 96B (1989)]
III-3-3
|