| 26814 |
grote hoop turf |
vijm:
viǝm (L270p Tegelen)
|
Een hoop van ongeveer tweehonderd turven en meer. [I, 79a: A 44, 21g]
II-4
|
| 23543 |
grote hostie |
grote hostie (<lat.):
groeete hostie (L270p Tegelen)
|
De grote hostie, op de pateen gelegen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 22504 |
grote knikker |
bom:
bumke, bômme.
bôm (L270p Tegelen),
schuts:
sjuts (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
stuiter:
sjtuiter (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
Dikke ijzeren of glazen knikker(s).
stuiter(s) (L270p Tegelen),
Glazen knikker.
sjtuiter (L270p Tegelen)
|
Dikke gegoten ijzeren stuiter. || Een grote knikker. [N R (1968)] || Grote dikke stenen knikker. || Scheve, niet zuiver ronde knikker, gewoonlijk zelf gebakken van klei of leem. || Verschillende soorten knikkers. [BN 03] || Zelfvervaardigde knikkers van klei, die men in de oven hard bakte.
III-3-2
|
| 22721 |
grote knikker: glazen knikker |
glazeren stuiter:
[def: vgl. pag. 178].
`ne glaazere sjtuiter (L270p Tegelen)
|
[Grote dikke stenen knikker, vgl. pag. 178].
III-3-2
|
| 19502 |
grote schoonmaak |
grote poets:
de groeətə poets is gedaon (L270p Tegelen),
də groeətə poets (L270p Tegelen),
grūəte pūts (L270p Tegelen),
weej zīēn aan də groeətə poets (L270p Tegelen),
wēj zīən ān de grōəte pūts (L270p Tegelen),
poets:
ich hĕb de pūts gedōān (L270p Tegelen)
|
de schonmaak is achter de rug [DC 15 (1947)] || het schoonmaken van het gehele huis, dat in het voorjaar plaats heeft [DC 15 (1947)] || wij zijn aan het schoonmaken [DC 15 (1947)]
III-2-1
|
| 25234 |
grote wolk |
wolk:
wollik (L270p Tegelen)
|
grote, op zichzelf staande wolk [bonk] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 32626 |
guano |
guano:
guano (L270p Tegelen)
|
Guano is een poedervormige meststof, vervaardigd van uitwerpselen, veren en kadaverresten van zeevogels, waarvan zich in de loop van de tijd dikke lagen hebben gevormd op onbewoonde eilanden en klippen met name aan de westkust van Zuid-Amerika (Peru, Chili). Blijkens een aantal opgaven werd guano beschouwd als de oudste of eerst bekende kunstmest of was hij de voorloper daarvan, die vooral vóór de eerste W.O. gebruikt werd. Toen de echte kunstmest zijn intrede had gedaan, werd deze aanvankelijk nog vaak guano genoemd. Met guano, die voornamelijk werd aangewend om pootaardappelen te bemesten, ging men zuinig om: met een oude eetlepel of iets dergelijks werd in ieder pootgat een kleine hoeveelheid van deze meststof op of bij de aardappel gelegd. Volgens de meeste opgaven was guano een stikstofhoudende meststof, volgens enkele andere bevatte hij ook kali en fosforzuur, terwijl hij eenmaal met thomasslakken wordt vergeleken of als zwarte meststof wordt omschreven. Mogelijk werd deze originele vogelmest in het begin van de kunstmestperiode synthetisch nagemaakt en als guano of onder een daarop gelijkende handelsnaam in de handel gebracht. [N P, 8; N 11A, 62a]
I-1
|
| 21331 |
gulden |
gulden:
⁄ne gölde (L270p Tegelen),
Opm. andere benamingen zijn niet bekend.
⁄ne gölde (L270p Tegelen)
|
gulden, een ~ [kent uw dialect ook namen als piek, pieterman of andere?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 23267 |
gulden mis |
gulden mis:
gulde mis (L270p Tegelen)
|
De mis op quatertemperwoensdag van de Advent, guldenmis, noodmis [julde maes]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 18541 |
gulp van een broek |
gulp:
gölp (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
gulp, met knoopjes te sluiten voorsplit [rötsj, fluitje] [N 23 (1964)]
III-1-3
|