| 23491 |
gesloten kapelletje? |
devotiekapelletje:
devosiekepelke (L270p Tegelen),
klein kapelletje:
klein kapelke (L270p Tegelen)
|
Een kapelletje waar men niet in kan, waarin achter traliewerk een kruis of een beeld staat. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 34472 |
gesneden haan |
kapuin:
kapun (L270p Tegelen),
kǝpun (L270p Tegelen)
|
[N 19, 60a; monogr.]
I-12
|
| 34394 |
gesneden mannelijk schaap |
hamel:
hāmǝl (L270p Tegelen)
|
[N 19, 65a; JG 1a, 1b, 1c, 2c; AGV m 3; A 2, 46; A 4, 22a; R 3, 24; N 77, add.; L 39, 44; L 20, 22a; L 5, 30b; Wi 12; monogr.]
I-12
|
| 34305 |
gesneden mannelijk varken |
barg:
barx (L270p Tegelen),
berg:
børx (L270p Tegelen),
bø̜rx (L270p Tegelen)
|
Het WNT (II, 1 blz. 1872 s.v. berg (II)) geeft de volgende definitie van berg: "Hetzelfde als Barg (I), inzonderheid toegepast op de mannelijke biggen die, ongeveer drie weken oud, zijn gesneden". [N 19, 8; A 4, 4b; A 4, 4a; L 20, 4b; L 37, 49e; JG 1a, 1b, 2c; S 39; N C, add.; monogr.; N E 1, 12]
I-12
|
| 18254 |
gesp |
gesp:
gesp (L270p Tegelen),
gespel:
gespel (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen),
Ook wel gespel.
gaspel (L270p Tegelen),
haak:
vooraan
haok (L270p Tegelen),
klamp:
vooraan Van Dale: klamp.
klamp (L270p Tegelen),
snal (<du.):
sjnal (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
gesp || sluitgesp, haak aan de tailleband van een broek [sjnal, boksesnal, gasp, gespel] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 33428 |
gesteelde plank om een lemen dorsvloer aan te kloppen |
stamper:
štampǝr (L270p Tegelen)
|
De gesteelde plank waarmee men de pas gelegde lemen dorsvloer aanklopt zodat deze glad en vast wordt. In Q 76 kent men dit werktuig niet, maar wel een houten blok om te dāmǝ (= aankloppen). [N 5A, 67b]
I-6
|
| 18696 |
gesteven voorstuk van een overhemd |
borst:
bors(t) (L270p Tegelen),
Vero. Kledingstuk voor mannen, dat vóór de opkomst van de witte overhemden als zondagsdracht over het gewone hemd werd gedragen, waaraan dan het witte boord werd bevestigd. Zie ook afb. p. 79.
bors (L270p Tegelen),
front:
front (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
stijf wit voorboord of frontje, zg. halfhemdje || voorstuk, gesteven ~ van een overhemd [fruntje, plastron] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18543 |
gestreepte broek |
streepjesboks:
Na t dagelijkse werk werd vroeger een z.g. "laup pak"gedragen. Dit was meestal een afdanker van de zondagse kleren. Vaak was alleen de jas er nog en werd een "fantazie boks"bij gekocht, dit was ook een gestreepte broek.
striepkes bóks (L270p Tegelen),
strepen boks:
Van Dale: II. strepen (bn.), <gew.> van gestreepte stof: een strepen rok.
sjtriepe bôks (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
sjtriepebòks (L270p Tegelen)
|
broek, gestreepte ~ van jacquet of kort zwart pak [striepkesboks] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 22404 |
getalzijde van een geldstuk |
munt:
Sub krüts.
mungt (L270p Tegelen)
|
Munt.
III-3-2
|
| 20315 |
getrouwde vrouw |
getrouwde vrouw:
gətròwdə vròw (L270p Tegelen)
|
getrouwde vrouw; een - - moet kunnen naaien [RND]
III-2-2
|