| 18335 |
gebreide kous |
strikhoos:
sjtrikhaos (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen),
štrikhaos (L270p Tegelen)
|
breikous || breikous [sjtrikhaos, strikkous] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18620 |
gebreide wollen muts |
zwart kapje:
zjwart kèpke (L270p Tegelen)
|
vrouwenmuts, zwarte, dikke gebreide ~ [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 24000 |
gedoopt worden |
gedoopt worden:
geduip waere (L270p Tegelen)
|
Gedoopt worden. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 32250 |
gedraaid hout |
gedraaid hout:
gǝdrɛjt hǫlt (L270p Tegelen),
molenwinds hout:
mø̄lǝweŋs hǫlt (L270p Tegelen)
|
Hout waarvan de draad spiraal- of schroefvormig links of rechts van de as loopt. Gedraaid hout is moeilijk te klieven en levert duigen op die scheef zijn. [N E, 2]
II-12
|
| 17545 |
gedrongen persoon |
gewrongene, een -:
hèè is eine gevróngene (L270p Tegelen),
kruikestop:
det is ne kroekestop (L270p Tegelen)
|
gedrongen, een gedrongen postuur hebben [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 17546 |
gedrongen postuur |
gedrongen:
hae is gedronge (L270p Tegelen),
kort gedrongen:
kort gedrònge (L270p Tegelen)
|
gedrongen, een gedrongen postuur hebben [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 33915 |
gedrukt |
(de huid is) door:
dōr (L270p Tegelen),
doorgedrukt:
dǭrgǝdrøkt (L270p Tegelen)
|
Een slecht passend tuig - vooral het gareel bij het trekken - drukt door op de huid. Het paard krijgt drukwonden en vlekken. Vgl. het lemma ''witte vlekken'' (7.34). [N 8, 94b]
I-9
|
| 23666 |
gedurige aanbidding |
altijddurende aanbidding:
altiedduurende aanbidding (L270p Tegelen)
|
Altijddurende/gedurige aanbidding van het Sacrament des Altaars. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 24150 |
geelgors |
geelgors:
gèèlgoersj (L270p Tegelen)
|
geelgors
III-4-1
|
| 32746 |
geerakker |
geer:
gī(ǝ)r (L270p Tegelen)
|
Onder een geerakker wordt hier verstaan dat deel van een akker dat gerend geploegd moet worden als de akker niet de vorm van een rechthoek of een parallellogram heeft. De benaming voor dit onderdeel is niet zelden ook op de gerende akker in zijn geheel toepasselijk. Opgaven die duidelijk de (geometrische) vorm of een scherpe hoek van een akker bleken te betreffen, zijn in dit lemma echter niet opgenomen. Zie verder ook het volgende lemma. [N 11, 4b + 64; N 11A, 127 + 137f + 137g; N P, 1; A 33, 9 add.; A 33, 10; JG 1a + 1b; JG 2b-4, 7; monogr.]
I-1
|