| 20630 |
spek |
spek:
spek (L331p Swalmen)
|
spek [garstig~] [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 25457 |
spekhaak |
vleeshaak:
vlęjshø̜̄k (L331p Swalmen)
|
De S-vormige haak waaraan vlees, spek enz. na het lossnijden uit het lijf worden opgehangen. [N 28, 112; monogr.]
II-1
|
| 20702 |
spekpannenkoek |
spekkoek:
sjpekkook (L331p Swalmen)
|
Spekpannekoek (spekbraoj?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 22841 |
spel (alg.) |
spel:
schpeel (L331p Swalmen),
Vgl. sjpeel.
sjpel (L331p Swalmen)
|
spel [SGV (1914)] || Spel.
III-3-2
|
| 18390 |
speld |
spang:
špaŋ (L331p Swalmen)
|
Puntig, van een kop voorzien metalen stiftje om iets in weefsel vast te steken of te bevestigen op of aan iets anders. [N 62, 50a; L 7, 20; L 14, 24; L B1, 73; R 14, 8a; MW; Wi 7; S 34; monogr.]
II-7
|
| 22383 |
spelen (alg.) |
spelen:
schpeelə (L331p Swalmen),
sjpele (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
Als je klaar bent mag je gaan spelen. [DC 35 (1963)] || spelen [SGV (1914)] || Spelen.
III-3-2
|
| 23089 |
spelen add. |
doedelen:
toeddele (L331p Swalmen),
Ze woor get mit de kiendjes aan t -.
doeddele (L331p Swalmen)
|
Spelen (met kleine kinderen).
III-3-2
|
| 22101 |
spelen voor een prijs |
prijsspelen:
priessjpele (L331p Swalmen)
|
Hoe heten de volgende combinatiemogelijkheden bij het inleggen/inzetten: spelen voor prijs? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 22467 |
speler die twee beurten heeft |
blinde:
blenjə (L331p Swalmen)
|
Een speler die twee beurten heeft om het aantal gelijk temaken in bepaalde spelen [dam, dame]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 22327 |
spelletje |
potje:
pø͂ͅtjə (L331p Swalmen),
pøͅtjə (L331p Swalmen),
spelletje:
Sub sjpel.
sjpelkes (L331p Swalmen)
|
[Spelletjes]. || Het spelen van een spel door twee of meer personen [partijtje, potje, spelletje]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|