| 17577 |
sluik haar |
pemelig haar:
pemelig haor (L331p Swalmen)
|
recht, sluik haar [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 17836 |
sluimeren |
dommelen:
doemele (L331p Swalmen),
hazenslaap:
hazesjlaop (L331p Swalmen)
|
sluimeren [drooze, knikkebolle] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 17933 |
sluipen |
sluipen:
sjluupe (L331p Swalmen),
sjlūūpe (L331p Swalmen)
|
Sluipen: zich in alle stilte voortbewegen zodat niemand het merkt (sluipen, kruipen, slippen, gluipen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 21174 |
sluis |
sluis:
sjloes (L331p Swalmen),
sjlōēs (L331p Swalmen)
|
de inrichting waardoor twee wateren naar believen gescheiden of met elkaar in verbinding gebracht kunnen worden (sluis, erk, sas) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21175 |
sluisdeur |
schoft:
sjot (L331p Swalmen)
|
het ophijsbare deel van een sluis (schoft) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21176 |
sluismeester |
sluismeester:
sjloesmeister (L331p Swalmen)
|
de persoon die belast is met het toezicht op en het gebruik van een sluis, vooral van schutsluizen (sasmeester, sluismeester, sasser, sassenier) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 24943 |
sluiten (van grond) |
toe slaan:
toesjlaon (L331p Swalmen)
|
hard worden, gezegd van aarde [vervloeren, sluiten] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 25505 |
sluiting aan de ovendeur |
haak:
hǭk (L331p Swalmen)
|
Getuige de opgaven komen er verschillende manieren van sluiten voor variërend van heel eenvoudige tot meer technische. Volgens de informant van P 56 wordt er daar simpelweg een stok tegen de ovendeur geplaatst. Volgens de zegspersoon uit L 372 gebeurt dit sluiten met een (kløpǝl) door de boer, terwijl de bakker gebruik maakt van een (sxǫw). [N 29, 2c; N 29, 2a; N 29, 2b]
II-1
|
| 18542 |
sluitklep |
boksenslag:
bóksesjlaag (L331p Swalmen)
|
klep van een broek met sluitklep aan de voorkant [bokseslaag, presenteerblad] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 20168 |
sluitspeld |
sluitspang:
sjloetsjpang (L331p Swalmen)
|
sluitspeld; speld waarvan de punt wordt vastgezet in een dopje of haakje zodat men zich daaraan niet kan bezeren, voor de luier [toespeld, knipspeld, bakelspeld] [N 86 (1981)]
III-2-2
|