| 31546 |
schraapstaal |
schrapstaal:
šrapštǭl (L331p Swalmen)
|
Stalen werktuig om een metalen vlak af te schrapen. Het schraapstaal kan verschillende vormen hebben. Vaak wordt het door de smid zelf vervaardigd van een oude vijl waarvan de voorzijde van het blad puntvormig wordt afgeslepen. Zie ook afb. 205. [N 33, 261a-b; N 33, 281; N 64, 58a; monogr.]
II-11
|
| 25394 |
schrabsel |
schrapsel:
šrɛpsǝl (L331p Swalmen)
|
De afgekrabde opperhuid met haren. De lange haren worden soms bewaard en tot borstels e.d. verwerkt of verkocht. [N 28, 29; monogr.]
II-1
|
| 18133 |
schram |
krats:
kràts (L331p Swalmen),
schram:
schroam (L331p Swalmen),
schrööm (L331p Swalmen),
sjrāōm (L331p Swalmen)
|
schram [SGV (1914)] || Schram: streepvormige, zeer ondiepe verwonding van de bovenhuid (kras, schram, krab). [N 84 (1981)] || schrammen (mv) [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 18136 |
schrammen |
kratsen:
kràtse (L331p Swalmen),
schrammen:
schröömə (L331p Swalmen),
sjraome (L331p Swalmen)
|
schrammen (ww) [SGV (1914)] || Schrammen: de bovenhuid zeer licht openrijten (schrammen, krassen, skrassen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 17947 |
schrede |
stap:
sjtáp (L331p Swalmen),
trede:
traej (L331p Swalmen),
trêə (L331p Swalmen)
|
Pas, stap: het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan (treden, tred, schrede, loop, stap). [N 84 (1981)] || schrede [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 21368 |
schreeuwen |
kaken:
kaakə (L331p Swalmen),
kake (L331p Swalmen),
kākǝ (L331p Swalmen)
|
Het schreeuwen van een varken ten teken van honger of bij het slachten. [N 19, 24; JG 1a, 1b; N 76, 33; monogr.; N 19, Q 111 add.] || luid en doordringend roepen, schreeuwen [kweken, kwaken, keken, schreien, krijten, krijsen] [N 87 (1981)] || schreeuwen [SGV (1914)]
I-12, III-3-1
|
| 21768 |
schrijven |
schrijven:
sjrieve (L331p Swalmen)
|
Noem het (dialect)woord voor: het "met een stift, pen, potlood, krijt enz. aanbrengen van letters of cijfers op papier of een ander vlak voorwerp"? [schrijven] [N 102 (1998)]
III-3-1
|
| 24373 |
schrijvertje |
snijder:
sjnīēder (L331p Swalmen)
|
schrijvertje: Hoe noemt u in uw dialect het zilveren torretje dat in groepjes kringelende bewegingen maakt op het wateroppervlak? Het lijf van het insect ligt op het water waardoor de pootjes niet te zien zijn. [N100 (1997)]
III-4-2
|
| 33816 |
schrikachtig |
schouw:
šūu̯ (L331p Swalmen)
|
Gezegd van schichtige, schuwe paarden, die angst hebben voor plotselinge geluiden en bewegingen. Zij slaan dan eventueel op hol, zodat zij streng aan de lijn gehouden dienen te worden. [JG 1a; N 8, 64j en 64k]
I-9
|
| 22449 |
schrikkeldag |
schrikkeldag:
sjrikkeldaag (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
29 februari (in een schrikkeljaar). [N 88 (1982)] || Schrikkeldag.
III-3-2
|