| 33970 |
schoftriem |
rugriem:
rø̜krēm (L331p Swalmen),
schoftriem:
šuxrēm (L331p Swalmen)
|
Leren band van het borsttuig die over de schoft van het paard heen loopt. [N 13, 53]
I-10
|
| 33977 |
schoftzadel |
karrezadel:
kɛrǝzāl (L331p Swalmen),
zadel:
zāl (L331p Swalmen)
|
Het zadel dat een tussen berries ingespannen paard op de schoft draagt. [JG 1a, 1b; N 13, 64a; monogr.]
I-10
|
| 34629 |
schokken |
de kar slaat:
(de kar) šlęi̯t (L331p Swalmen),
schokkelen:
šukǝlǝ (L331p Swalmen)
|
Gezegd van een kar of wagen. [N 17, 97]
I-13
|
| 17964 |
schokschouderen |
de schouders optrekken:
schooərs optrekkə (L331p Swalmen),
de schouders trekken:
de sjouwers trékke (L331p Swalmen),
schikschouderen:
schikschoowərə (L331p Swalmen)
|
schokschouderen [SGV (1914)] || schouders ophalen [schokschoere] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 20649 |
schol |
schol:
sjol (L331p Swalmen),
WLD
sjol (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt u de schol: een platvis die tot 70cm lang kan worden. Hij heeft een rij benige uitsteeksels tussen het oog en de nabije borstvin. Op het lichaam komen mooie oranje vlekken op een grijsbruine ondergrond voor (plaat, pladijs, schol, schar) [N 83 (1981)]
III-2-3
|
| 22371 |
schommel |
mok:
moek (L331p Swalmen),
Ook: wip.
moek (L331p Swalmen),
schokkel:
sjoegkel (L331p Swalmen),
sjūGəl (L331p Swalmen),
De kinjer zin op de - en de wip aan t sjpele.
sjoegkel (L331p Swalmen),
schommel:
Zie sjoegkel.
sjómmel (L331p Swalmen)
|
Het speeltuig bestaande uit een tussen twee neerhangende touwen bevestigde plank, waarop men door zich af te zetten heen en weer zweeft [schommel, touter, stuur, rui, boeis]. [N 88 (1982)] || schommel [SGV (1914)] || Schommel.
III-3-2
|
| 22372 |
schommelen |
mokken:
moekke (L331p Swalmen),
schokkelen:
sjoegkele (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
sjūGələ (L331p Swalmen)
|
I. Schommelen, wippen. || Schommelen. || Zich op een schommel heen en weer bewegen [ruien, touteren, sturen, knijen, koggen, boeizen, rijtakken, rijrepen, toetouteren, takkenijen, hoeierzen, beizen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 25676 |
schonen |
sorteren:
sortērǝ (L331p Swalmen),
triëren:
trijērǝ (L331p Swalmen)
|
Het graan na aankomst in de mouterij reinigen en sorteren. Daarbij worden gebroken en te kleine korrels alsmede onzuiverheden uit het brouwgraan verwijderd. Het type "triëren" (L 318, L 325, L 331, Q 32) duidt aan met welk apparaat het schoonmaken gebeurt. In P 180 gebruikt men een wan om bij het reinigen het stof te verwijderen. Zie ook de lemmata ''wanmolen'' en ''trieur''.' [N 35, 8]
II-2
|
| 21277 |
school |
school:
šo.əl (L331p Swalmen)
|
school [RND]
III-3-1
|
| 21425 |
schoolcijfer |
punt:
puntj (L331p Swalmen)
|
cijfer; Op een schoolrapport krijgt men voor verschillende vakken (een) .... [DC 48 (1973)]
III-3-1
|