| 18466 |
schoenborstel |
schoenborstel:
sjoonborstel (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
borstel; inventarisatie benamingen; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-1-3, III-2-1
|
| 18303 |
schoenen (mv.) |
schoenen (mv.):
schoon (L331p Swalmen)
|
schoenen (mv.) [SGV (1914)]
III-1-3
|
| 18465 |
schoenen poetsen |
wiksen:
wikse (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
Schoenen poetsen (kuisen, poetsen, blinken, wieksen) [N 79 (1979)]
III-1-3, III-2-1
|
| 18347 |
schoenlepel |
schoentrekker:
sjoontrekker (L331p Swalmen)
|
schoenlepel [schoontrekker] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18394 |
schoensmeer |
wiks:
wiks (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
Smeersel om het leer van schoenen op kleur en soepel te houden (blink, wieks, creme, schoenpoets) [N 79 (1979)]
III-1-3, III-2-1
|
| 18185 |
schoenveter |
schoenriem:
sjoonreem (L331p Swalmen)
|
schoenveter [rijgsnoer, (rij)reem, sjoonsreim, riereem, riesjtartel, nistel, rienastel, raajnagel, rijnassel, rijgnestel, rijgenast] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 22501 |
schoepen |
rotzooien:
rōzōjə (L331p Swalmen),
stropen:
sjtruine (L331p Swalmen)
|
Met een groep jongens door het veld, de bossen trekken met kwaad in de zin [schupen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 19919 |
schoffel |
morenschoffel:
mūrǝšufǝl (L331p Swalmen),
morenschoffeltje:
mūrǝšyfǝlkǝ (L331p Swalmen),
schoffel:
šufǝl (L331p Swalmen),
schoffeltje:
šyfǝlkǝ (L331p Swalmen)
|
Gereedschap om onkruid af te snijden en om de grond los te maken. Het bestaat uit een soort mes dat met behulp van een lange steel door de grond geschoven wordt. [N 18, 18a en 48; JG 1a, 1b; A 47, 11a; monogr.; add. uit N 15, 6; N 18, 4 en 50; GV, K7]
I-5
|
| 33302 |
schoffelen, wieden met de schoffel |
schoffelen:
šufǝlǝ(n) (L331p Swalmen)
|
Met een schoffel de bovengrond tussen de plant(rijen) van een gewas zodanig bewerken dat de korstige bovenlaag verkruimeld en het onkruid afgestoken wordt. Het woord schoffelen kan niet alleen in absolute zin gebruikt worden, maar laat zich ook verbinden met een object. Dat kan de te bewerken grond zijn (akker, tuin, enz.) maar ook het te verzorgen gewas dat op die grond staat (bijv. de bieten), en ook het onkruid. [N 15, 6; JG 1a, 1b; monogr.; add. uit A 47, 11a]
I-5
|
| 33307 |
schoffelmachine |
planette:
planęt (L331p Swalmen),
schoffelmachientje:
šūfǝlmǝšīnkǝ (L331p Swalmen),
schoffelmachine:
šufǝlmǝšin (L331p Swalmen)
|
Eenvoudig duwgereedschap dat eruit ziet als een kruiwagen en bestaat uit een (of meer) schoffelijzer(s) aan een wiel, waaraan twee duwburries zitten en waarmee tussen rijen planten wordt gewied. [N 18, 47; N J, 8a; monogr.; add. uit N 18, 51]
I-5
|