| 24627 |
plantenstek |
stek:
sjtek (L331p Swalmen),
WLD
sjtèk (L331p Swalmen)
|
Afgesneden takje dat men in de grond zet om er een nieuwe plant uit te laten groeien (stek, poot). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 26728 |
plas of meertje midden in de hei |
poel:
pōl (L331p Swalmen)
|
N 27, 23a vroeg naar ''plas of meertje midden in de hei''; I, 19 vroeg naar ''plassen, gevormd na afgraving van de turf''; 11, 10 vroeg naar ''watergat, veenkuil'' en II, 11 naar een ''plas, vooral een halfdichtgegroeide veenplas''. Al deze vragen zijn in dit lemma versmolten. [N 27, 23a; I, 19; II, 10; II, 11]
II-4
|
| 17912 |
plassen (met water) |
knoeien:
knoje (L331p Swalmen)
|
knoeien met water, in t water plassen [klosse] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 21774 |
plat praten |
plat kallen:
plat kalle (L331p Swalmen)
|
plat praten [N 102 (1998)]
III-3-1
|
| 24667 |
plataan |
plataan:
pletaan (L331p Swalmen),
WLD
platáán (L331p Swalmen)
|
De plataan; van deze boom schilfert de schors in plaen af waardoor de nieuwe geelgroene bast zichtbaar wordt; de boom heeft langgesteelde vruchten (plataan, plantaan, plom, plon, plen). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 34573 |
plateauwagen |
vierwielige wagen:
vērwilegǝ wāgǝ (L331p Swalmen),
wagen:
wāgǝ (L331p Swalmen)
|
Een vierwielige wagen, vaak al met wielen met luchtbanden, die voor het vervoer van melkbussen, biervaten, land- en tuinbouwproducten enz. gebruikt werd. De bak van deze wagen hangt laag boven de grond en heeft een groot bodemoppervlak. Vaak zijn er geen voor-, achter- en zijkanten. De wagen kan door paarden of ook door een tractor getrokken worden. [N 17, 43a; N G, 51 + 69; monogr.]
I-13
|
| 34085 |
platen |
platen:
plātǝ (L331p Swalmen)
|
De zijvlakken van het kruis. [N 3A, 111b]
I-11
|
| 33032 |
platliggen van graan |
is gelegerd:
es gǝlē̜gǝrt (L331p Swalmen),
ligt:
leq (L331p Swalmen)
|
Wanneer de halmen door wind en regen platgeslagen zijn en tegen de grond liggen, is dat lastig werken voor de zichter. Hier staan steeds de persoonsvormen van het werkwoord genoemd, waarbij als onderwerp moet gedacht worden: "het koren"; achter in het lemma staan enkele zelfstandige naamwoorden: "platgelegerd graan". Heel in de uitdrukking ''(het koren) ligt heel'' staat voor ''helemaal''. [N 15, 13; monogr.]
I-4
|
| 31382 |
platte vijl |
platvijl:
plat˲vī.l (L331p Swalmen)
|
Vijl met een blad dat aan beide zijden plat is en dat van arend tot punt smaller uitloopt. Er bestaan ook uitvoeringen van de platte vijl waarbij het blad over de hele lengte bijna dezelfde breedte houdt. Zie ook het lemma "blokvijl". Het blad van de platte vijl kan enkel of dubbel gekapt zijn. De platte vijl wordt vooral gebruikt voor het vijlen van vlak materiaal. Zie ook afb. 99. [N 33, 103; N 64, 53b]
II-11
|
| 19417 |
plattebuiskachel |
plattebuis:
platte būus (L331p Swalmen)
|
Lange kookkachel met langwerpige platte buis en zichtbare pot (boerenkachel, leuvense kachel, platte buis (kachel) [N 79 (1979)]
III-2-1
|