| 21950 |
paren van de duiven |
koppelen:
koppele (L331p Swalmen)
|
Hoe heet verder: paren? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 18406 |
parfum |
odeur (fr.):
odeur (L331p Swalmen)
|
reukstof in geconcentreerde vorm [parfum, odeur] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 21180 |
parlevinker |
parlevinker:
parlevinker (L331p Swalmen)
|
het bootje van een koopman te water [parlevinker, ventjager] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 34479 |
pas uit het ei gekomen kipje |
kuiken:
kȳkǝ (L331p Swalmen),
kuikje:
kȳkskǝ (L331p Swalmen)
|
[N 19, 40b]
I-12
|
| 26692 |
pasbrug |
voet:
vōt (L331p Swalmen)
|
Het horizontale balkje, als onderdeel van de licht van handmolens, waar de zwengel en de spil op rusten. De pasbrug is aan één uiteinde scharnierend vastgezet en rust met het andere uiteinde op de lichtboom. [N D, 21]
II-3
|
| 21217 |
pasfoto |
pasfoto:
pasfoto (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
de foto zoals op paspoorten en dergelijke legitimatiepapieren moet worden aangebracht [tiptopje] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 34046 |
pasgeboren kalf |
nuchter kalf:
nø̄xtǝr [kalf] (L331p Swalmen)
|
[N 3A, 15 en 20; N C, 6; JG 1a, 1b; monogr.]
I-11
|
| 21202 |
paspoort |
pas:
pas (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
pâs (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
het bewijs van identiteit en toestemming om in het buitenland te mogen reizen [paspoort, pas] [N 90 (1982)] || het identiteitsbewijs door de regering aan een onderdaan verstrekt met het oog op een reis naar het buitenland [paspoort, pas] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 18183 |
passen |
goed passen:
pas good (L331p Swalmen)
|
nauwkeurig sluiten, goed staan, gezegd van kleding [passen] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 20749 |
pasteitje |
pasteitje:
pasteitjes (L331p Swalmen)
|
Klein pasteitje, de niet gevulde vorm van deeg (viedeeke?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|