| 33383 |
paardekrib |
krib:
krø̜p (L331p Swalmen)
|
De drink- en voerbak die vóór de paarden langs loopt, op een hoogte van ongeveer een meter. Het voer in de krib is meestal vrij fijn (haver, haksel). Zie ook het lemma "vaste voer- en drinkbak" (2.2.15). [N 5A, 59a en 59b; L 28, 52; L 42, 3; monogr.]
I-6
|
| 33381 |
paardestal |
paardsstal:
pē̜ ̞rs[stal] (L331p Swalmen),
veulensstal:
vø̄lǝsštalǝ (L331p Swalmen)
|
De stal of ruimte waar het paard of de paarden staan. Het woordtype voerderij voor voergang in de paardestal kan wel uitbreidend gebezigd worden voor de paardestal in zijn geheel. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel (stal) het lemma "stal" (2.1.2). (Paardsstal)-varianten waarvan het (stal)-gedeelte een kleurloze vocaal vertoont, zijn voluit en fonetisch genoteerd, omdat deze tweede component als simplex niet voorkomt met een kleurloze vocaal. Zie de plattegronden van de stallen in paragraaf 1.2. [N 5, 105e; A 10, 9c; L 38, 26; Wi 18; S 50; monogr.; add. uit N 5A, 59 en 73a]
I-6
|
| 29636 |
paardetuig |
paardsgescheer:
pē̜rs˲gǝšēr (L331p Swalmen),
paardsgeschier:
pē̜rs˲gǝšī̄r (L331p Swalmen),
paardsgetuig:
pē̜rs˲gǝtȳ.x (L331p Swalmen)
|
[N 98, 52; monogr.]De naam voor het paardetuig in het algemeen. [JG 1a, 1b; N 13, 80; monogr.]
I-10, II-8
|
| 24546 |
paardezuring |
zuring:
zuring (L331p Swalmen),
WLD
zuurring (L331p Swalmen)
|
Paardezuring (rumex aquaticus). De onderste bladeren zijn aan hun voet, bij de bladsteel, diep ingesneden (hartvormig). De bloemdekslippen, die de vruchtjes omgeven, hebben geen van alle een knobbeltje aan hun voet. De onderste bladeren hebben een iets op [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 33339 |
paardsknecht, eerste knecht |
paardsknecht:
pɛ̄rs[knecht] (L331p Swalmen)
|
Bij grote bedrijven was er vaak een eerste en een tweede paardsknecht; de eerste ploegde, egde, enz.; de tweede deed meer het vuile werk: mest rijden, stallen schoonmaken enz. (L 322). Voor de fonetische documentatie van het woord (knecht) zie het lemma "knecht, algemeen" (1.3.12). [N M, 1a; monogr.]
I-6
|
| 25037 |
paars, violet |
paars:
paarəs (L331p Swalmen)
|
paars [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 24863 |
paarse dovenetel |
paarse doofnetel:
paarse doufnetel (L331p Swalmen),
paarse netel:
WLD
paarse-néetel (L331p Swalmen)
|
Paarse dovenetel (lamium purpureum 10 tot 30 cm groot. De bladeren zijn eivormig met een hartvormige voet, gesteeld, stomp, de bladrand is gekarteld; de bloemen met een kortere kroonbuis en van binnen met haarkrans, de kleur is purperrood. De bloeitijd [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 23325 |
paasavond |
paasavond:
paaschoavendj (L331p Swalmen)
|
paaschavond [SGV (1914)]
III-3-3
|
| 23149 |
paasei |
paasei:
paoseij (L331p Swalmen)
|
Paasei.
III-3-2
|
| 22509 |
paaseieren zoeken |
paaseieren rapen:
Sub paosei.
paoseijer rape (L331p Swalmen)
|
[Paaseieren rapen].
III-3-2
|