| 32796 |
overlangs heen en weer eggen |
in de langeweg [eggen]:
en ǝ laŋǝwē.x (L331p Swalmen),
lang [eggen]:
laŋk (L331p Swalmen)
|
Bedoeld wordt de manier van eggen, waarbij men in de lengterichting werkend, na het keren de volgende egbaan onmiddellijk (soms met een kleine overlapping) laat aansluiten bij de vorige. Voor het werkwoordelijk deel eggen en de weglating daarvan bij de varianten zie men de toelichting bij het lemma ''eggen''. [JG 1a + 1b + 1c + 1d; JG 2c; N 11, 84a; N 11A, 176c + 189c; monogr.]
I-2
|
| 21809 |
overleg |
bespreking:
besjprééking (L331p Swalmen)
|
de beraadslaging, het overleggen met anderen [beschik, beleid, bezeei, beraad, overleg] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 21808 |
overleggen |
bespreken:
besjprééke (L331p Swalmen),
overleggen:
euverligke (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
anderen raadplegen, een zaak met een ander bespreken [overleggen, ordenen, beraadslagen] [N 85 (1981)] || de beraadslaging, het overleggen met anderen [beschik, beleid, bezeei, beraad, overleg] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 18847 |
overmoedig gedrag |
frech:
vrèk (L331p Swalmen)
|
overmoedig, roekeloos gedrag [cranerie] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 33051 |
overmouwen |
mouwen:
muu̯ǝ (L331p Swalmen),
stuiken:
štȳk (L331p Swalmen)
|
De aflegger, en ook de binder (zie paragraaf 4.6), beschermde zijn armen tegen de stekende en snijdende halmen door er overmouwen overheen te schuiven. Vaak zijn het een paar oude kousen waarvan de teenstukken zijn afgeknipt; vandaar het type strompen: (afgesneden) kousen. [N 15, 54; JG 1a, 1b; monogr.]
I-4
|
| 33560 |
overrijp, beurs |
melig:
maelig (L331p Swalmen),
WLD
méélich (L331p Swalmen),
murg:
WLD
murch (L331p Swalmen)
|
Te rijp en daardoor droog en korrelig, gezegd van een vrucht (meelachtig, melen, versleten, melig). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 25065 |
overschot, restant |
klats:
klats (L331p Swalmen),
kláts (L331p Swalmen),
rest:
res (L331p Swalmen),
rés (L331p Swalmen),
stukje:
stèùkske (L331p Swalmen)
|
dat wat over is gebleven van een oorspronkelijk aantal, hoeveelheid of geheel [rammenant, rest, solde, klak] [N 91 (1982)] || een klein overschot [kwets, kwats, klats, klets, klas] [N 91 (1982)] || een overgebleven brok van een of andere hoeveelheid [klik] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 19056 |
overtuigd |
overtuigd:
euvərtuugd (L331p Swalmen)
|
overtuigd [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 19050 |
overtuigen |
overtuigen:
euvərtuugə (L331p Swalmen)
|
overtuigen [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 21168 |
overweg |
overweg:
euverwaeg (L331p Swalmen),
euvrwééch (L331p Swalmen)
|
de plaats waar men een spoorweg kan oversteken [overweg, bareel] [N 90 (1982)]
III-3-1
|