| 33730 |
optilbaar hek |
poort:
port (L331p Swalmen),
varen:
vā.rǝ (L331p Swalmen)
|
Het niet draaiend maar uitneembaar hek aan de ingang van een wei. [N 14, 68b; A 25, 5e; monogr.]
I-8
|
| 17900 |
optillen |
heffen:
huffə (L331p Swalmen),
höffe (L331p Swalmen),
opheffen:
òphøfə (L331p Swalmen),
óphèùffe (L331p Swalmen)
|
(Op)heffen, tillen: in de hoogte heffen (beuren, heffen, tillen, lichten). [N 84 (1981)] || heffen, tillen [SGV (1914)] || optillen [RND]
III-1-2
|
| 34000 |
optuigen |
aandoen:
āndōn (L331p Swalmen),
gescheer opleggen:
gǝšēr ǫpleqǝ (L331p Swalmen)
|
Een trekpaard van het nodige trektuig voorzien. Men zet het hoofdstel op het hoofd van het paard, plaatst het haam om zijn nek, legt het schoftzadel op zijn rug en doet het achterhaam aan. Tenslotte gespt men de verschillende delen aan elkaar. [JG 1b; N 8, 97a; monogr.]
I-10
|
| 21939 |
opvliegen |
opvliegen:
vluug op (L331p Swalmen)
|
Hoe benoemt U allerlei vormen van vliegen: starten, wegvliegen, opvliegen? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 31600 |
opzet |
omslag:
ǫmšlāx (L331p Swalmen)
|
De naar boven omgebogen voorzijde van een hoefijzer. De opzet begint aan de zijgedeelten van het hoefijzer, ongeveer op de hoogte van het eerste of tweede nagelgat, en dient volgens de invuller uit P 47 om het lopen te vergemakkelijken. De opzet heeft verder nog als functie: bescherming van de voet (L 290, L 291, L 382) en voorkoming van aanstoten (L 159a, L 289, Q 121b) en struikelen (Q 18). Volgens de respondent uit Q 95 werd een opzet alleen aangebracht aan de ijzers voor de voorste hoeven. Zie ook afb. 222. [N 33, 358]
II-11
|
| 19037 |
opzettelijk |
expres:
ešpres (L331p Swalmen)
|
expres [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 33966 |
opzetteugel |
bekriem:
bɛkrēm (L331p Swalmen),
bindriem:
benjtjrēm (L331p Swalmen),
optomer:
ǫptø̜u̯mǝr (L331p Swalmen)
|
Leren riem die van het bit door de ringen boven op het haam naar het schoftzadel loopt en belet dat het paard bij het trekken gras vreet. [N 13, 33]
I-10
|
| 24703 |
orchis |
koekoeksbloem:
koekoeksbloom (L331p Swalmen),
orchidee:
WLD
orchedee (L331p Swalmen)
|
Orchidee (orchidee, koekoekslelie) [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 25082 |
ordenen, rangschikken |
inruimen:
inruume (L331p Swalmen),
rangeren:
rangeere (L331p Swalmen)
|
op een regelmatige of doelbewuste wijze plaatsen [schikken, rangschikken, schavelen] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 23570 |
organist |
organist:
organis (L331p Swalmen)
|
De organist, orgelist. [N 96B (1989)]
III-3-3
|