| 17873 |
oorveeg |
klats om de oren:
klats omme ore (L331p Swalmen),
oorveeg:
oorvieg (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
muilpeer, slag op de kaak [SGV (1914)] || Oorveeg: slag om de oren (raps, oorveeg, opneuker, mot, blamot, appelvlink, sabelets, pees, lap, draai, laps, klap, lek, konkel, fleer, hababbel). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 19409 |
oorvormig handvat |
handvat:
handjvat (L331p Swalmen),
oor:
oor (L331p Swalmen),
oortje:
eurke (L331p Swalmen)
|
Oorvormig handvat van b.v. een kopje, pan, kan etc. (oor, handsvat, handvat) [N 79 (1979)], [ZND 08 (1925)]
III-2-1
|
| 20056 |
oostindische kers |
oostindische kers:
WLD
Oosindiese-keers (L331p Swalmen)
|
[N 92 (1982)]
I-7
|
| 24868 |
oot |
wilde haver:
WLD
wilj-háaver (L331p Swalmen)
|
Oot, wilde haver (avena fatua 5 tot 20 cm groot. De plant is zodevormend, de bladeren zijn borstelvormig; de aartjes bevinden zich in dichte, aarvormige pluimen, klein, lichtgroen tot grijsachtig van kleur, kort genaald. Van april tot en met juni. Te vi [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 23198 |
op bedevaart gaan |
een bedeweg doen:
⁄ne bééwéé.g doo.n (L331p Swalmen),
op bedevaart gaan:
op bedevaart gaon (L331p Swalmen)
|
Bedevaart doen [ne gank doon]. [N 06 (1960)]
III-3-3
|
| 25358 |
op de borrel gaan |
schatten:
šatǝ (L331p Swalmen)
|
Voordat een varken geslacht wordt, komen de buren het prijzen in de hoop op een borrel te worden getrakteerd. Ook komt het voor dat dit gebeurt, als het varken gedood is. Soms blijven de inspanningen die men zich voor de borrel moet getroosten beperkt tot wat prijzende woorden, soms helpt men even mee het varken op de grond te trekken of het dier vast te houden, zodat de slachter het de keel kan doorsnijden. [N 28, 4]
II-1
|
| 17935 |
op de loop gaan |
ertussenuit gaan:
tèùssenôet (L331p Swalmen),
op de loop gaan:
oppe luip gaon (L331p Swalmen)
|
vluchten: Op de loop gaan (biezen, vluchten, vlieden). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 21692 |
op de markt verkopen |
markten:
merte (L331p Swalmen)
|
verkopen, goederen op de markt gaan ~ [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 17966 |
op de schouder zitten |
op de krommejak zitten:
bie vader oppe kroamejak zitte (L331p Swalmen)
|
rug: bovendeel van de rug [mars, hot] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 22682 |
op de vingers fluiten |
pfeifen (du.):
feife (L331p Swalmen)
|
Op de vingers fluiten [schuffelen]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|