| 32731 |
ondergronden, woelen |
breken:
brę̄kǝ (L331p Swalmen),
ondergronden:
oŋǝrgronjǝ (L331p Swalmen)
|
Met een aparte ploeg of met een aan de gewone ploeg bevestigde schaar, klauw of haak de zool, harde laag of bank onder (in) de voor breken of openrakelen. [N 11, 46; N27, 13b]
I-1
|
| 32640 |
ondergronder, woeler |
ondergronder:
oŋǝrgrønjǝr (L331p Swalmen),
ondergrondse ploeg:
oŋǝrgronjtjsǝ [ploeg] (L331p Swalmen)
|
De ondergronder of woeler was een aparte ploeg zonder kouter en riester, maar met een lansvormige schaar of twee in tegenovergestelde richting geplaatste messen vóór op het ploeghoofd. Vaak werd de oude aanaardploeg tot ondergronder omgebouwd. Met deze ploeg, die vóór de gewone ploeg uitging of erop volgde, werd de ondergrond, de bodem van de voor opengebroken. Men kon ook met de gewone ploeg de ondergrond losrakelen, door op de plaats van de voorschaar of het kouter, dan wel aan of onder de ploeghiel een woelschaar, een woelhaak of woelmes aan te brengen. Aldus werd tegelijkertijd de bovengrond geploegd en de ploegzool opengebroken. [N 11, 33j; N 11A, 76a + 76b + 77; N 27, 14]
I-1
|
| 21579 |
onderhandelen |
aan het handelen zijn:
mit ⁄m aan ⁄t hanjele (L331p Swalmen)
|
Inventarisatie uitdrukkingen voor: in onderhandeling zijn over een bepaalde koop [in beding zijn met iemand?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 21351 |
onderhands |
onder handen hebben:
ongər hanj hubbe (L331p Swalmen)
|
onderhandsch [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 18257 |
onderhemd |
hemd:
e schooən hêmdj (L331p Swalmen),
haemd (L331p Swalmen),
hêmp (L331p Swalmen)
|
hemd [SGV (1914)] || onderhemd, onderkledingstuk dat op het blote lijf gedragen wordt [im, emmek, hem, himp, kemsel, liejms, sjmies, vlok] [N 25 (1964)] || schoon [o] [een ~ hemd] [SGV (1914)]
III-1-3
|
| 18313 |
onderjurk |
schort:
sjort (L331p Swalmen)
|
onderjurk, onderkleed met lijfje en schouderbanden [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 25492 |
onderkant van het brood |
onderkorst:
oŋǝrkors (L331p Swalmen)
|
[N 29, 54b; monogr.]
II-1
|
| 19395 |
onderkussen, peluw |
kopkussen:
kopkösse (L331p Swalmen),
pulf:
pølf (L331p Swalmen)
|
Langwerpig, rond onderkussen onder het hoofdkussen (peul, pulling, uppeling, kopkussen) [N 79 (1979)] || peluw [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 17619 |
onderlip |
onderlip:
ongerlup (L331p Swalmen)
|
onderlip [DC 01 (1931)]
III-1-1
|
| 18177 |
ondermuts |
ondermuts:
ongermòts (L331p Swalmen)
|
mutsje, zwarte ~ dat onder de grote witte poffermuts wordt gedragen [ondermuts] [N 26 (1964)]
III-1-3
|