| 19546 |
olielamp |
friet:
frīt (L331p Swalmen),
frit:
frī̄t (L331p Swalmen)
|
De olielamp die tijdens het inzetten in de oven werd geplaatst. [monogr.] || ouderwetse olielamp
II-8, III-2-1
|
| 30614 |
olieverf |
olieverf:
ǭli[verf] (L331p Swalmen)
|
Verf waarvan het bindmiddel bestaat uit een drogende olie als lijnolie of papaverolie. Olieverf wordt bereid door verfstof met een tempermes op een wrijfsteen in de olie te wrijven of door olie en verfstof na menging te malen. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel '-(verf)' het lemma 'Verf'. [S 26; N 67, 23b; monogr.; div.]
II-9
|
| 23150 |
olifant |
olifant:
aolifant (L331p Swalmen)
|
Olifant.
III-3-2
|
| 17916 |
omarmen |
omarmen:
ômerme (L331p Swalmen),
omspannen:
ôomsjpànne (L331p Swalmen)
|
omvatten, Met gestrekte armen ~ (vademen, omvademen, spannen, omarmen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 23455 |
omgang van de toren |
omgang:
omgank (L331p Swalmen)
|
De omgang, de trans van de toren. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 33664 |
omheinde wei |
gesloten kamp:
gǝšlǭtǝ kāmp (L331p Swalmen)
|
Een met prikkeldraad of anderszins afgemaakte wei. Een groot aantal opgaven was wei. Deze opgaven zijn in dit lemma niet gedocumenteerd. Voor de fonetische documentatie van wei zie men lemma 1.3.6 ɛweiɛ.' [N M, 4b; L 32, 45; monogr.]
I-8
|
| 33745 |
omheinen |
tuin derom maken:
tūn drom mākǝ (L331p Swalmen),
tuin zetten:
tūn zetǝ (L331p Swalmen)
|
Iets omgeven met een omheining, meest van toepassing op een weiland. [N 14, 63; L 32, 45; A 25, 9; Gwn 16, 11; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 19711 |
omheining |
tuin:
tū.n (L331p Swalmen),
tūn (L331p Swalmen)
|
De omheining in het algemeen. [N 14, 62; N 14, 67; S 11, 13; L 19B, 5a; A 25, 5; RND 8, 20; Gwn 16, 11; monogr.]
I-8
|
| 23479 |
omheining van het kerkhof |
kerkhofmuur:
kirkhaofmoer (L331p Swalmen)
|
De muur, de omheining van het kerkhof [toen, toun, tuun?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 17917 |
omhelzen |
kussen:
zich kussə (L331p Swalmen)
|
omhelzen [SGV (1914)]
III-1-2
|